NJ 1928, p. 671
Onbekwaamheid om getuige te zijn. Procespartij in qualiteit. Wat rechtens is in hooger beroep, indien de onbekwaamheid inmiddels is vervallen.
HR 26-01-1928, ECLI:NL:HR:1928:273, m.nt. Prof. E. M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 januari 1928
- Magistraten
Mrs. Bosch, Segers, Savelberg, Schepel, van Gelein Vitringa.
- Zaaknummer
[26011928/NJ_1928,_p._671]
- Conclusie
Mr. Van Lier
- Noot
Prof. E. M. Meijers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS101903:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1928:273, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑01‑1928
- Wetingang
(BW art. 1947.)
Essentie
Onbekwaamheid om getuige te zijn. Procespartij in qualiteit. Wat rechtens is in hooger beroep, indien de onbekwaamheid inmiddels is vervallen.
Samenvatting
Wanneer de Rechtbank personen als getuigen heeft gehoord, die als zoodanig onbekwaam waren, handelt de appèlrechter geheel in den geest des wetgevers door de verklaringen dezer getuigen bij het vormen van zijn oordeel ter zijde te laten.
Nu bedoelde getuigen zijn gehoord, zonder verzet der tegenpartij, kan geen sprake zijn van een door het Hof te eerbiedigen, in kracht van gewijsde gegane, beslissing der Rechtbank, doch van een verzuim der Rechtbank om ambtshalve te beslissen dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.