AB 2021/107
Ketenbesluitvorming en gronden tegen het eerste besluit van de keten.
RvS 14-10-2020, ECLI:NL:RVS:2020:2401, m.nt. L.M. Koenraad
- Instantie
Raad van State
- Datum
14 oktober 2020
- Magistraten
Mrs. H. Troostwijk, J.A.W. Scholten-Hinloopen, A. Kuijer
- Zaaknummer
201908630/1/V6
- Noot
L.M. Koenraad
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS260410:1
- Vakgebied(en)
Inburgering (V)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2020:2401, Uitspraak, Raad van State, 14‑10‑2020
- Wetingang
Essentie
Een brief waarin het bestuursorgaan voor het eerst vaststelt hoe hoog de bestuursrechtelijke geldschuld precies is, moet worden aangemerkt als een besluit in de zin van art. 1:3 Awb.
Samenvatting
De minister voert op zichzelf terecht aan dat appellant haar betoog dat de overschrijding van de inburgeringstermijn haar niet valt te verwijten en dat de minister de schuld daarom had moeten kwijtschelden naar voren had moeten brengen in een procedure tegen het besluit van 18 april 2017. Appellant heeft echter geen rechtsmiddel aangewend tegen dat besluit. In zoverre heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de minister ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.