Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/9.1.1:9.1.1 Inleiding op het onderwerp
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/9.1.1
9.1.1 Inleiding op het onderwerp
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS584070:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 6.4.2.
Het arrest HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1046, NJ 2016/290 (Rabobank/ Reuser) m.nt. F.M.J. Verstijlen (r.o. 4.2.3), waarin de Hoge Raad oordeelde dat de eigendomsvoorbehoudkoper eigendom onder opschortende voorwaarder verkrijgt, maakt dit mijns inziens niet anders. Zolang de voorwaarde nog niet is vervuld, is de leverancier nog eigenaar. Zie verder Verheul 2018b/8.4.2 en 8.7.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
424. In hoofdstuk 7 en 8 is het ‘standaardtype’ aan de orde geweest, waarin de schuldenaar van de retentor tevens de eigenaar van de teruggehouden zaak is. Dit is het gevalstype waar art. 60 Fw uitdrukkelijk voor geschreven is. Indien de eigenaar failliet is, valt de zaak in de faillissementsboedel. Uit art. 3:291 jo. 3:292 BW volgt echter dat het retentierecht niet alleen betrekking kan hebben op zaken van de schuldenaar, maar ook op zaken van een derde. In hoofdstuk 6 is het verhaalsrecht jegens de derde- eigenaar buiten faillissement behandeld. Daar kwam ook het gevalstype aan bod waarin de schuldenaar van de retentor failleert. Art. 60 Fw is daarop niet van toepassing, omdat de zaak niet in de boedel valt.1 In dit hoofdstuk behandel ik een andere variant van de combinatie derdenwerking van retentierecht en faillissement, namelijk het retentierecht in faillissement van de derde-eigenaar. Een casus waarin dit zou kunnen spelen is bij een levering onder eigendomsvoorbehoud. De koper geeft de geleverde zaken af ter reparatie, maar laat de rekening onbetaald. De reparateur oefent een retentierecht uit op de zaken van de leverancier. De leverancier gaat failliet. Het is nu dus niet de wederpartij van de retentor die failliet is, maar de derde-eigenaar van de teruggehouden zaak.2 De zaak valt dus als zodanig wel in de failliete boedel, maar de retentor heeft geen vordering op hem en is strikt genomen geen schuldeiser in zijn faillissement. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt niet dat enige rekening is gehouden met de toepasselijkheid van art. 60 Fw op dit gevalstype, dat voortvloeit uit het verhaalsrecht van de retentor uit het BW.
In dit hoofdstuk behandel ik de posities van de curator van de failliete derde, de schuldenaar en de retentor. Het hoofdstuk is als volgt opgebouwd. Een belangrijk aspect van de posities van de drie betrokkenen is of art. 60 Fw (overeenkomstig) kan worden toegepast om de bevoegdheden van de curator van de eigenaar, van de retentor en van eventuele derden-rechthebbenden te bepalen. In paragraaf 9.2 betoog ik dat art. 60 Fw inderdaad toepasselijk is op het derdenretentierecht in faillissement van de derde. Vervolgens werk ik in paragraaf 9.3 uit welke rechtsgevolgen de toepassing van art. 60 Fw op het derdenretentierecht in faillissement van de derde heeft. Paragraaf9.4 bevat de conclusies. In dit hoofdstuk veronderstel ik dat aan de vereisten voor het retentierecht en voor de derdenwerking uit het BW is voldaan.