RSV 2022/10
Ter beoordeling van waar de woonplaats is in de zin van artikel 40, eerste lid, van de Participatiewet is, anders dan kan worden afgeleid uit eerdere rechtspraak, uitsluitend bepalend waar de betrokkene zijn hoofdverblijf heeft en, als geen hoofdverblijf is aan te wijzen, waar hij werkelijk verblijft.
CRvB 30-11-2021, ECLI:NL:CRVB:2021:3038
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
30 november 2021
- Magistraten
Mrs. W.F. Claessens, M. van Paridon, K.H. Sanders
- Zaaknummer
19/1675 PW
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid bijstand / Algemene bijstand
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2021:3038, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 30‑11‑2021
- Wetingang
Art. 40 Participatiewet
Essentie
Ter beoordeling van waar de woonplaats is in de zin van artikel 40, eerste lid, van de Participatiewet is, anders dan kan worden afgeleid uit eerdere rechtspraak, uitsluitend bepalend waar de betrokkene zijn hoofdverblijf heeft en, als geen hoofdverblijf is aan te wijzen, waar hij werkelijk verblijft.
Samenvatting
Ingevolge artikel 1:10, eerste lid, BW bevindt de woonplaats van een natuurlijke persoon zich te zijner woonstede, dat wil zeggen daar waar hij daadwerkelijk woont, en bij gebreke van een woonstede, ter plaatse van zijn werkelijk verblijf. In artikel 1:11, eerste lid, BW is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.