Procesrecht in arbeidszaken
Einde inhoudsopgave
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/6.11.4:6.11.4 Ex nunc/ex tunc
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/6.11.4
6.11.4 Ex nunc/ex tunc
Documentgegevens:
Marcia Smorenburg en Steven Venhuizen, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
Marcia Smorenburg en Steven Venhuizen
- JCDI
JCDI:ADS981997:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie daarvoor HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:283 (Victoria) en HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:284 en C.J. Frikkee & M.E. Smorenburg, ‘Toetsing in hoger beroep ex tunc of ex nunc: de Hoge Raad geeft duidelijkheid’, ArbeidsRecht 2020/26.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hoofdregel is dat het hof ex nunc toetst, oftewel bij zijn arrest rekening houdt met de feiten en het recht ten tijde van die uitspraak. Soms zijn in verzoekschriftzaken uitzonderingen op die regel, bijv. bij de toetsing in hoger beroep van een door de kantonrechter toegewezen ontbinding van de arbeidsovereenkomst.1