NJB 2025/594
Een standpunt dat duidelijk, door argumenten ondersteund en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie aan het hof is voorgelegd, art. 359 lid 2, tweede volzin, Sv: in deze zaak – betreffende een poging tot doodslag op een oude vrouw door een kussen op haar gezicht te drukken tijdens haar slaap – is het door de verdediging naar voren gebrachte uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat niet de verdachte de dader is, maar de onbekend gebleven man van wie ook DNA-materiaal is aangetroffen op het kussen van de aangeefster, op ontoereikende gronden verworpen.
HR 11-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:374
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 maart 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T.B. Trotman, R. Kuiper
- Zaaknummer
22/02456
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:374, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑03‑2025
- Wetingang
(art. 359 Sv)
Essentie
Een standpunt dat duidelijk, door argumenten ondersteund en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie aan het hof is voorgelegd, art. 359 lid 2, tweede volzin, Sv: in deze zaak – betreffende een poging tot doodslag op een oude vrouw door een kussen op haar gezicht te drukken tijdens haar slaap – is het door de verdediging naar voren gebrachte uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat niet de verdachte de dader is, maar de onbekend gebleven man van wie ook DNA-materiaal is aangetroffen op het kussen van de aangeefster, op ontoereikende gronden verworpen.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld omdat hij – kort gezegd – ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.