AB 2011/310
Financieel bestuursrecht. Hoogte bestuurlijke boete. Matigingsbevoegdheid. Boeteverlagende omstandigheden. Redelijke termijn. Verjaring.
CBb 01-09-2011, ECLI:NL:CBB:2011:BS7874, m.nt. O.J.D.M.L. Jansen (onvergund trustkantoor)
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
1 september 2011
- Magistraten
Mrs. J.L.W. Aerts, W.A.J. van Lierop, H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Zaaknummer
AWB 09/1173
AWB 09/1174
- Noot
O.J.D.M.L. Jansen
- LJN
BS7874
- Roepnaam
onvergund trustkantoor
- JCDI
JCDI:ADS910000:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:2011:BS7874, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 01‑09‑2011
- Wetingang
Awbart. 3:4 lid 2, 5:45, 5:46 lid 3; Wet toezicht trustkantoren art. 2, 22, 29; EVRM art. 6
Essentie
Financieel bestuursrecht. Hoogte bestuurlijke boete. Matigingsbevoegdheid. Boeteverlagende omstandigheden. Redelijke termijn. Verjaring.
Samenvatting
Art. 6 EVRM brengt mee dat de rechter dient te toetsen of de hoogte van de opgelegde boete in redelijke verhouding staat tot de ernst en de verwijtbaarheid van de overtreding. Het bedrag van de boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage bij deze wet, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900.000 bedraagt. Met betrekking tot trustkantoren als hier aan de orde is het boetetarief voor deze overtredingen € 87.125.