De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/246:246 De onderwerpen van de CD&A
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/246
246 De onderwerpen van de CD&A
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS365364:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Item 402 stelt dat in de CD&A onder meer ingegaan dient te worden op (i) de doelen van het bezoldigingsprogramma, (ii) wat het bezoldigingsprogramma precies wil belonen, (iii) ieder bezoldigingselement, (iv) waarom voor een dergelijk bezoldigingselement is gekozen, (v) hoe de hoogte (en, indien van toepassing, de formule) van ieder bezoldigingselement wordt bepaald en (vi) hoe ieder bezoldigingselement en de toepassing ervan past binnen de hiervoor omschreven bezoldigingsdoelen en beslissingen over andere bezoldigingselementen beïnvloedt.1
Verzocht wordt om bepaalde voorbeelden te geven. Daarbij kan worden gedacht aan de keuze voor, en de verhouding tussen, de korte termijn bonus en lange termijn beloning, contante en niet-contante bezoldiging en de verschillende vormen van niet-contante bezoldiging. Verder kan worden uitgelegd hoe de toekenning van een bepaalde bezoldiging wordt vastgesteld, welke specifieke ondernemingsprestaties in acht worden genomen voor het nemen van bezoldigingsbeslissingen, welke discretionaire bevoegdheid er bestaat om een bezoldiging al dan niet toe te kennen, hoe de individuele prestaties van een bestuurder worden gemeten, welk beleid er geldt ten aanzien van het aanpassen of terugvorderen van de bezoldiging, hoe een eerder gerealiseerde bezoldiging invloed heeft op het vaststellen van nieuwe bezoldigingsafspraken, welke omstandigheden zorgen voor het ’triggeren’ van een change-of-controlbepaling, hoe de accounting of belastingbeleidsmaatregelen van invloed zijn op een bezoldigingsvorm, welk beleid wordt aangehangen ten aanzien van het houden van aandelen, evenals het ‘hedgen’ van risico’s verbonden aan het aandelenbezit van de bestuurder, of de vennootschap gebruikmaakt van benchmarking voor het vaststellen van de totale bezoldiging of een materieel deel van de bezoldiging, en indien ja, hoe die referentiegroep eruit ziet en wordt toegepast, en welke rol uitvoerende bestuurders spelen bij het vaststellen van bestuurdersbezoldiging.2