NJ 1918, p. 678
Plaats van het plegen van het feit bij uitlokking.
HR 03-06-1918, ECLI:NL:HR:1918:52
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 juni 1918
- Magistraten
Voorzitter: Mr. A. B. M. Hanlo., Raden: Mrs. A. J. L. Nijpels, J. A. A. Bosch, Dr. L. E. Visser en J. Kosters.
- Zaaknummer
[03061918/NJ_1918,_p._678]
- Conclusie
Mr. Besier
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1918:52, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑06‑1918
- Wetingang
(Sr art. 47 onder 2.)
Essentie
Plaats van het plegen van het feit bij uitlokking.
Samenvatting
Terecht is nietig verklaard de dagvaarding, waarin wel de plaats van het uitgelokte feit, doch niet die van de uitlokking is vermeld.
Voorgaande uitspraak
De Proc.-Gen. bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch, requirant van cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van dat Gerechtshof van 11 Maart 1918, waarbij in hooger beroep werd bevestigd een vonnis der Arr.-Rechtbank te ‘s-Hertogenbosch van 22 Januari 1918, bij hetwelk werd nietig verklaard een dagvaarding uitgebracht tegen J. C. v. d. E., enz.
Uitspraak
[ p. 678 ►]
Conclusie van den Advocaat-Generaal ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.