Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/7.4.3.1:7.4.3.1 Netto-voordeeltoerekening
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/7.4.3.1
7.4.3.1 Netto-voordeeltoerekening
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630402:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Omdat sprake is van uitgaven, zal eerst moeten worden gekeken of het matchingsbeginsel kan worden toegepast. Voor rentelasten geldt dat deze in de regel niet rechtstreeks aan specifieke inkomsten kunnen worden toegerekend. Een indirecte toerekening is wel mogelijk. Gelet op de aard van rente vindt toerekening plaats aan de jaren waarin de kosten worden opgeroepen door de bedrijfsuitoefening. In casu zijn dit de jaren waarin de rente contractueel verschuldigd is en de bedrijfsuitoefening wordt gefinancierd. Omdat de schuld is aangegaan in de onbelaste periode en doorloopt in de belaste periode, dienen de rentelasten naar evenredigheid te worden toegerekend. Naar evenredigheid betekent dat op elk jaar de eigen financieringskosten moeten drukken. Omdat de hoofdsom van de lening gelijk blijft, betekent dit dat op elk jaar een rentelast drukt van € 70.
Er wordt derhalve niet uitgegaan van de fictieve rentelasten die verschuldigd zouden zijn indien de lening op het moment van sfeerovergang zou zijn afgesloten.1 Bij een voordeeltoerekening is geen sprake van (dis)agio, omdat deze post per definitie niet voorkomt bij een voordeeltoerekening. Hierdoor komen de volgende resultaten tot uitdrukking in de onbelaste/belaste periode:
Onbelaste periode
Belaste periode
Totaal
Rente
€
350
€
350
€
700
Totaal
€
350
€
350
€
700
Een eventueel verlies op een vordering vanwege insolvabiliteit van de debiteur dient te worden toegerekend aan de periode waarin de waardemutatie van de vordering is ontstaan. Dit is hetzelfde bij valutaresultaten. Ook dan geldt – doordat sprake is van een netto-toerekening – dat een waardedaling (of in het geval van een valutaresultaat een waardestijging) alleen in aanmerking wordt genomen bij de bepaling van de totaalwinst als uiteindelijk niet de gehele vordering kan worden geïnd en er derhalve sprake is van een daadwerkelijk debiteurenverlies of een valutaresultaat.
In het kader van de jaarwinstbepalingen is discussie over de vraag hoe moet worden omgegaan met eenmalige kosten.2 Het is de vraag of dergelijke kosten op grond van het voorzichtigheidsbeginsel direct ten laste van het resultaat kunnen worden gebracht of gedurende de looptijd van de lening in aanmerking dienen te worden genomen. Bij de netto-voordeeltoerekening speelt het voorzichtigheidsbeginsel geen rol. De eenmalige kosten hebben betrekking op de gehele looptijd van de lening en een evenredig deel van de kosten zal derhalve moeten worden toegerekend aan de belaste periode. Goed koopmansgebruik regelt vervolgens in welke jaren in de belaste periode de kosten tot uitdrukking komen. In casu betekent dit dat de kosten voor het afsluiten van de lening aan de looptijd van de lening moeten worden toegerekend. In onderhavige casus wordt de helft van de eenmalige kosten toegerekend aan de onbelaste periode en de helft aan de belaste periode.