De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/1.2.1:1.2.1 Doelstelling en pijlers van het onderzoek
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/1.2.1
1.2.1 Doelstelling en pijlers van het onderzoek
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652515:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deze studie behelst een fundamentele analyse van de kosten van de enquêteprocedure. Dit onderwerp is tot op heden niet op een integrale wijze behandeld in de Nederlandse literatuur. Dit onderzoek voorziet in die leemte. In essentie probeer ik antwoord te geven op de volgende hoofdvraag: wat zijn de kosten van de enquêteprocedure, wie moet of kan deze kosten financieren, onder welke voorwaarden en waarom?
Ter beantwoording van deze hoofdvraag onderzoek ik in de eerste plaats waaruit de kosten van de enquêteprocedure bestaan. Ik onderzoek welke kosten kunnen worden onderscheiden als kosten van de enquêteprocedure, en als zodanig voor vergoeding in aanmerking komen. Vervolgens beschrijf ik wie deze kosten moet financieren – volgens de wettekst is dat de geënquêteerde rechtspersoon – en onderzoek ik of er ruimte bestaat voor anderen dan de geënquêteerde rechtspersoon om de kosten van de enquêteprocedure te financieren. Ik onderzoek daarbij ook welke voorwaarden een ander dan de rechtspersoon kan stellen aan financiering van de kosten van de enquêteprocedure, en welke invloed deze financier kan uitoefenen op de werkzaamheden van de onderzoeker en OK-functionarissen. Tot slot onderzoek ik waarom een ander dan de rechtspersoon de kosten van de enquêteprocedure zou willen financieren. Ik doe dat in het bijzonder aan de hand van twee onderwerpen: de mogelijkheid tot verhaal van de kosten van het onderzoek in de enquêteprocedure van art. 2:354 BW en de mogelijke inzet van de enquêteprocedure als opstap naar een aansprakelijkheidsprocedure.
Het onderzoek steunt op drie pijlers van onderzoek: de kosten van de enquêteprocedure, de financiering van de kosten van de enquêteprocedure en het daarmee verweven aansprakelijkheidsrecht.
De eerste pijler staat centraal in de hoofdstukken 2, 3, 4 en 5. In deze hoofdstukken onderzoek ik waaruit de kosten van de enquêteprocedure bestaan, hoe deze kosten worden vastgesteld en op welke manier rekening en verantwoording van deze kosten plaatsvindt. Ik breng daarbij een onderscheid aan tussen de kosten van het onderzoek (hoofdstuk 2) en de beloning van OK-functionarissen (hoofdstuk 4). Voor een goed begrip van de aan de onderzoeker toekomende vergoeding en de aan OK-functionarissen toekomende beloning, beschrijf ik ook hun taken. Tot de kosten van het onderzoek reken ik verder de kosten van verweer van de onderzoeker, als de onderzoeker wordt bedreigd met aansprakelijkstelling of aansprakelijk wordt gesteld. De kosten van verweer van de onderzoeker bespreek ik apart in hoofdstuk 3. Tot de beloning van OK-functionarissen reken ik ook de kosten van verweer van OK-functionarissen, als OK-functionarissen worden bedreigd met aansprakelijkstelling of aansprakelijk worden gesteld. De kosten van verweer van OK-functionarissen bespreek ik apart in hoofdstuk 5.
De tweede pijler staat centraal in hoofdstuk 6. In dit hoofdstuk stel ik aan de orde wie de kosten van de enquêteprocedure moet of kan financieren, onder welke voorwaarden en waarom. In de hoofdstukken 7 en 8 schets ik de bredere achtergrond waartegen vrijwillige financiering van de kosten van het onderzoek kan plaatsvinden. De mogelijkheid tot verhaal van de kosten van het onderzoek in de enquêteprocedure (hoofdstuk 7) en de inzet van de enquêteprocedure als opstap naar een aansprakelijkheidsprocedure (hoofdstuk 8) kunnen financiering van de kosten van het onderzoek aantrekkelijk maken.
De derde pijler, het met het enquêterecht verweven aansprakelijkheidsrecht, komt aan de orde in de hoofdstukken 3, 5, 7 en 8. In hoofdstuk 3 bespreek ik de aansprakelijkheidspositie van de onderzoeker, mede ter verkrijging van inzicht in de regeling van de kosten van verweer van de onderzoeker. De aansprakelijkheidspositie van de onderzoeker verschilt van de aansprakelijkheidspositie van OK-functionarissen. Ter verkrijging van inzicht in de regeling van de kosten van verweer van OK-functionarissen handelt hoofdstuk 5 mede over de aansprakelijkheidspositie van OK-functionarissen. De wettelijke regeling van verhaal van de kosten van het onderzoek in hoofdstuk 7 past ook in de derde pijler, nu art. 2:354 BW een aansprakelijkheidsgrondslag vormt. Ook een beschrijving van de enquêteprocedure als opstap naar een aansprakelijkheidsprocedure (hoofdstuk 8), welke link vaak wordt gelegd, betreft het met het enquêterecht verweven aansprakelijkheidsrecht, en past hierom in de derde pijler.
In hoofdstuk 9 komen de drie pijlers van onderzoek ten slotte samen. In dit hoofdstuk doe ik tevens enkele concrete aanbevelingen aan de wetgever en de Ondernemingskamer.