Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.1:9.1 Inleiding
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.1
9.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192555:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
480. De homologatie van het akkoord vormt het sluitstuk van een pre-insolventieakkoordproces. Door deze rechterlijke sanctionering wordt het akkoord verbindend voor alle betrokken vermogensverschaffers. In §9.2 wordt het doel en de aard van de homologatieprocedure besproken. In §9.3 bespreek ik enkele processuele aspecten van het homologatieproces. In §9.4 komen de algemene weigeringsgronden aan bod. In §9.5 passeert de best interests-test de revue. §9.6 bespreekt de voorwaarden waaronder het mogelijk is een akkoord te homologeren dat bij één of meer klassen niet op de vereiste meerderheid kon rekenen, de zogenaamde ‘cross class cram down’. In §9.7 staan de rechtsmiddelen die openstaan tegen (de weigering van) de homologatie centraal.