JAR 2011/69
Moet een intentieverklaring tot fusie ter advisering aan de ondernemingsraad worden voorgelegd?
Hof Amsterdam (Ondernemingskamer) 20-01-2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BP3004 (Ondernemingsraad Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie)
- Instantie
Hof Amsterdam (Ondernemingskamer)
- Datum
20 januari 2011
- Magistraten
mr. Ingelse, mr. Faase, mr. Faber, Bunt, prof. dr, mr. van der Wel RA
- Zaaknummer
200.078 .710 /01 OK
- LJN
BP3004
- Roepnaam
Ondernemingsraad Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2011:BP3004, Uitspraak, Hof Amsterdam (Ondernemingskamer), 20‑01‑2011
- Wetingang
Essentie
Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie (de ondernemer) en Gehandicapten Raad Nederland hebben een intentieverklaring tot samenwerking ondertekend. Deze intentieverklaring houdt een overeenkomst in waaraan een besluit ten grondslag ligt, dat ingevolge artikel 25 lid 1 WOR aan de ondernemingsraad ter advisering had moeten worden voorgelegd. De intentieverklaring brengt een duurzame samenwerking voor een jaar tussen de beide verenigingen mee. Weliswaar bestaat de mogelijkheid om de overeenkomst eenzijdig op te zeggen, maar dat neemt niet weg dat de overeenkomst de samenwerking als daarin geregeld beoogt te verwezenlijken en voorts dat, zolang niet is opgezegd, de bepalingen van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.