V-N 2019/42.2.6
Bewijsvermoeden over op bankrekening aanwezig vermogen voldoende voor navordering. Lopende procedure hof
Rb. Den Haag 26-02-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:1566
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
26 februari 2019
- Zaaknummer
AWB - 18 _ 3668, AWB-18_3669 en AWB-18_3671
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Fiscaal procesrecht / Bewijs
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBDHA:2019:1566, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 26‑02‑2019
- Wetingang
art. 16 AWR
Essentie
Rechtbank Den Haag oordeelt dat aannemelijk is dat in 2001, 2002 en 2003 ook vermogen aanwezig moet zijn geweest op de bankrekening in Zwitserland. Deze is namelijk in 1984 geopend en het vermogen zoals dat in 2004 aanwezig was, zal in de regel niet in één jaar zijn opgebouwd.
Samenvatting
Erflaatster, mevrouw X, is geboren in 1918 en overleden in 2017. In geschil zijn de IB/PVV-navorderingsaanslagen over 2001, 2002 en 2003 in verband met een door haar bij de UBS bank in Zwitserland aangehouden bankrekening. In juli 2004 heeft X het desbetreffende geld en effecten verdeeld over haar ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.