Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/6.2.3.2
6.2.3.2 Levering niet-bouwterreinen
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291654:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Bijlage II, punt IV bij de nota van de Groep financiële vraagstukken van 8 oktober 1976, nr. T/755/76 (FIN).
Nota van de voorzitter van 9 december 1976, nr. R/3034/76 (FIN 808), p. 10-11. In de nota staat niet vermeld om welke voorzitter het gaat. Niettemin is uit de inhoud van de brief - door de voorzitter opgestelde teksten die worden voorgelegd aan de Raad met het oog op zijn zitting van 16 december 1976 - af te leiden dat het gaat om de voorzitter van het Comité van Permanente Vertegenwoordigers.
Memorandum van de voorzitter van 3 januari 1977, nr. R/3256/76 (FIN 890), p. 5. In het memorandum staat niet vermeld om welke voorzitter het gaat. Uit de datering en het verband met de in vorige noot genoemde nota is af te leiden dat het gaat om de voorzitter van het Comité van Permanente Vertegenwoordigers.
De lidstaten waren het er in principe over eens dat de levering van onbebouwde terreinen die geen bouwterrein zijn (hierna: niet-bouwterreinen) vrijgesteld moest zijn van btw-heffing met dien verstande dat de Lid-Staten de bevoegdheid hebben om de levering van niet-bouwrijp gemaakte terreinen te belasten als de verkoper een makelaar is.1 In de nadere uitwerking van dit compromisvoorstel is een optie voor btw-heffing voorgesteld voor de levering van niet-bouwterreinen die door een belastingplichtige – en dus niet uitsluitend makelaars – worden verricht ten behoeve van een andere belastingplichtige met het oog op zijn economische bedrijvigheid en werd lidstaten de mogelijkheid gegeven om de draagwijdte van de optiemogelijkheid te beperken.2 Dit (compromis)voorstel is in gewijzigde vorm door de Raad aanvaard. De beperking van de optieregeling tot de leveringen van niet-bouwterreinen die worden verricht ten behoeve van een andere belastingplichtige met het oog op zijn economische bedrijvigheid, hebben de lidstaten niet overgenomen. Daarnaast wensten de lidstaten op te nemen dat de lidstaten de wijze van uitvoering van de keuzemogelijkheid bepalen.3 Het resultaat van dit compromis is te vinden in (thans) art. 135 lid 1, onderdeel k Btw-richtlijn en (thans) art. 137 lid 1, onderdeel c en lid 2 Btw-richtlijn. In eerstgenoemde richtlijnbepaling is het uitgangspunt te vinden dat de levering van niet-bouwterreinen door een belastingplichtige vrijgesteld is van btw-heffing. In laatstgenoemde richtlijnbepaling is op deze regel een uitzondering geformuleerd door lidstaten de mogelijkheid te geven om belastingplichtigen het recht te verlenen om te kiezen voor btw-heffing.