Inhoudsopgave
TRA 2019/80:Stellen en bewijzen in het ontslagrecht anno 2019: het speelveld is nog verre van gelijk
TRA 2019/80
Stellen en bewijzen in het ontslagrecht anno 2019: het speelveld is nog verre van gelijk
Documentgegevens:
Mr. dr. H.J.W. Alt, datum 16-09-2019
- Datum
16-09-2019
- Auteur
Mr. dr. H.J.W. Alt1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS86692:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Wetingang
art. 7:669 BW; art. 7:686a lid 2 BW, art. 3:2 Awb, art. 4:2 Awb
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na vier jaar ervaring met de Wwz valt te constateren dat de bewijsrechtelijke positie van partijen bij de burgerlijke rechter in arbeidszaken in ontbindingszaken verbeterd is. De vraag is of dat ook geldt voor de UWV-procedure en voor de cao-ontslagcommissie. En hoe zit het met de ongelijkheidscompensatie in ‘Me-too zaken’, met onderzoeksbureaus en met anonieme getuigenverklaringen?
Inleiding
In het pre-Wwz tijdperk kende het arbeidsprocesrecht met betrekking tot een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht vier verschillende regimes. Allereerst was daar het normale dagvaardingsregime, dat onder meer aan de orde was in geval van loonvorderingen, nietigverklaringen van ontslagen op staande voet, geschillen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.