V-N Vandaag 2025/763
Geen beroepsmatige bijstandsverlening, proceskostenvergoeding blijft desalniettemin in stand (art. 81 Wet RO)
HR 11-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:546
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 april 2025
- Zaaknummer
23/02625
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
Fiscaal bestuursrecht / Bijstand en vertegenwoordiging
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:546, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑04‑2025
- Wetingang
Essentie
Hof Amsterdam oordeelt dat de gemachtigde van X niet aannemelijk maakt dat sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De vergoeding die de rechtbank heeft toegekend blijft echter in stand, omdat de heffingsambtenaar daartegen niet in hoger beroep is gegaan. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Samenvatting
Bij uitspraak op verzet wijst rechtbank Amsterdam een proceskostenvergoeding toe aan X, maar wijst diens verzoek om vergoeding van wettelijke rente af. In hoger beroep is in geschil of de proceskostenvergoeding te laag is vastgesteld. X stelt dat een te lage factor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.