Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/11.2.5
11.2.5 Gebondenheid van een derde
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS413198:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 14 juli 1983, zaak 201/82, Gerling/Tesoro dello Stato, Jur. 1983, p. 2503, NJ 1984, 716.
HvJ EG 14 juli 1983, zaak 201/82, Gerling/Tesoro dello Stato, Jur. 1983, p. 2503, NJ 1984, 716.
HvJ EG 19 juni 1984, zaak 71/83, Tilly Russ/Nova, Jur. 1984, p. 2417, NJ 1984, 735.
HvJ EG 16 maart 1999, zaak 159/97, Castelletti/Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116.
HvJ EG 9 november 2000, zaak C-387/98, Coreck Maritime/Handelsveem, Jur. 2000, p. 1-9337, NJ 2001, 599.
HvJ EG 14 juli 1983, zaak 201/82, Gerling/Tesoro dello Stato, Jur. 1983, p. 2503, NJ 1984, 716.
HvJ EG 19 juni 1984, zaak 71/83, Tilly Russ/Nova, Jur. 1984, p. 2417, NJ 1984, 735.
HvJ EG 16 maart 1999, zaak 159/97, Castelletti/Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116.
HvJ EG 9 november 2000, zaak C-387/98, Coreck Maritime/Handelsveem, Jur. 2000, p. 1-9337, NJ 2001, 599.
HvJ EG 19 juni 1984, zaak 71/83, Tilly Russ/Nova, Jur. 1984, p. 2417, NJ 1984, 735.
HvJ EG 19 juni 1984, zaak 71/83, Tilly Russ/Nova, Jur. 1984, p. 2417, NJ 1984, 735.
HvJ EG 9 november 2000, zaak C-387/98, Coreck Maritime/Handelsveem, Jur. 2000, p. 1-9337, NJ 2001, 599.
HvJ EG 19 juni 1984, zaak 71/83, Tilly Russ/Nova, Jur. 1984, p. 2417, NJ 1984, 735.
HvJ EG 16 maart 1999, zaak 159/97, Castelletti/Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116.
HvJ EG 16 maart 1999, zaak 159/97, Castelletti/Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, r.o. 41; HvJ EG 9 november 2000, zaak C-387/98, Coreck Maritime/Handelsveem, Jur. 2000, p.1-9337, NJ 2001, 599, r.o. 22 e.v.
Zie ook HvJ EG 16 maart 1999, zaak C-159/97, Castelletti/Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, r.o. 41 en HvJ EG 9 november 2000, zaak C-387/98, Coreck Maritime/Handelsveem, Jur. 2000, p. 1-9337, NJ 2001, 599, r.o. 23; vgl. Rb. Rotterdam 16 mei 2002, NIPR 2003, 56.
HvJ EG 9 november 2000, zaak C-387/98, Coreck Maritime/Handelsveem, Jur. 2000, p. 1-9337, NJ 2001, 599, r.o. 26.
AG Slynn voor HvJ EG 19 juni 1984, zaak 71/83, Tilly Russ/Nova, Jur. 1984, p. 2417, NJ 1984, p. 735; zie m.n. p. 2444.
Vgl. Kropholler, EZPR, 5e druk, p. 207.
Vgl. IIR 5 mei 1978, NJ 1980, 338; S&S 1978, 62.
HvJ EG 9 november 2000, zaak C-387/98, Coreck Maritime/Handelsveem, Jur. 2000, p. 1-9337, NJ 2001, 599, r.o. 26.
De situatie in de arresten Tilly Russ/Nova, Castelletti/Trumpy en Coreck Maritime/ Handelsveem moet worden onderscheiden van de casus in het arrest Gerling/Tesoro dello Stato.1 De vergelijking tussen beide arresten gaat mank om verschillende redenen, waarvan de belangrijkste zijn:
In het arrest Gerling/Tesoro dello Stato2 ging het om een derde met een positie die niet met één der partijen kon worden vereenzelvigd. Het was een drie-partijen verhouding. In Tilly Russ/Nova3 - en ook Castelletti/Trumpy4 en Coreck Maritime/Handelsveem5 - ging het om de overgang van rechten en plichten van één der partijen op de derde-houder van een cognossement.
De forumkeuze werd in Gerling/Tesoro dello Stato6 aan één der (oorspronkelijke) partijen bij de forumkeuze tegengeworpen. De derde (eiser) deed met andere woorden een beroep op de forumkeuze die mede voor hem was bedongen maar waarbij hij geen partij was. In Tilly Russ/Nova,7 CastellettifTrumpy8 en Coreck Maritime/Handelsveem9 werd de forumkeuze tegengeworpen aan de derde (verweerder). De laatste wilde niet gebonden zijn aan de forumkeuze en was geen partij geweest bij de totstandkoming van de forumkeuze.
Het Hof van Justitie gebruikt deze argumenten echter niet. In rechtsoverweging 23 van het arrest Tilly Russ/Nova10 merkt het Hof nuchter op dat de forumkeuze in de verzekeringsovereenkomst is bedoeld ter bescherming van de verzekerde die 'economisch' gezien in de zwakste positie verkeert. Deze argumentatie is, aldus het Hof van Justitie, niet noodzakelijkerwijs van toepassing op het gebied van zeevervoer.
De belangrijkste rechtvaardiging van gebondenheid blijkt uit de arresten Tilly Russ/ Nova11 en Coreck Maritime/Handelsveem12 in rechtsoverweging 25. De 'nemo plus' regel staat eraan in de weg dat de derde-houder meer rechten heeft dan de afzender in wiens rechten en plichten hij is getreden. Een forumkeuze is een contractueel beding. Het lijkt daarom nauwelijks denkbaar dat contractuele voorwaarden (in het cognossement) overgaan op de derde-houder van een cognossement, maar dat voor een forumkeuze een uitzondering geldt.
Voor werking van een forumkeuze tegen een derde-houder van een cognossement bevatten de arresten Tilly Russ/Nova,13 Castelletti/Trumpy14 en Coreck Maritime/ Handelsveem15 dus twee voorwaarden die het Hof van Justitie heeft bevestigd in de laatste twee arresten:
De geldigheid van de forumkeuze moet worden beschouwd in de oorspronkelijke verhouding tussen de afzender en de vervoerder. Dit betekent niet dat het cognossement ook daadwerkelijk tussen afzender en vervoerder moet hebben gegolden. De arresten moeten aldus worden uitgelegd dat de forumkeuze (theoretisch) geldig moet zijn op grond van de voorwaarden van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag (b.v. vormvoorschriften), zelfs indien in de verhouding afzender-vervoerder naar nationaal recht geen geldige forumkeuze tot stand is gekomen. Indien op grond van het nationale recht de forumkeuze niet geldig was (bijv. omdat een handtekening ontbreekt), staat dat niet in de weg aan de rechtsgeldigheid van de forumkeuze in de zin van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.
De derde-houder moet volgens het toepasselijk nationale recht bij de verkrijging van het cognossement de afzender in diens rechten en verplichtingen zijn opgevolgd.16 Allereerst merk ik op dat bij overdracht van een cognossement niets zich ertegen verzet dat de derde-houder zorgt dat hij partij wordt bij een overeenkomst in de zin van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag (bijv. door toetreding). De derde-houder die zorgt dat in verhouding tot hem de vormvoorschriften zijn vervuld, is partij geworden bij de forumkeuze. Er ontstaat dan een meerpartijen verhouding op basis van het cognossement. Deze conclusie volgt uitdrukkelijk uit het arrest Coreck Maritime/Handelsveem.17 In de praktijk zal deze gang van zaken niet gauw voorkomen. Indien het toepasselijk nationaal recht rechten en plichten niet over doet gaan, is een forumkeuze waarbij de derde-houder partij is of alsnog instemt, noodzakelijk. Overlegging en presentatie van het cognossement met daarin de forumkeuze door de derde-houder aan de vervoerder kan mijns inziens niet worden beschouwd als totstandkoming van een forumkeuze in de zin van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.18 De vormvoorschriften zijn waarschijnlijk niet vervuld door enkele presentatie. Wellicht zou daartegen kunnen worden aangevoerd dat presentatie een vorm is die in het internationale handelsverkeer gebruikelijk is en die partijen kennen of geacht worden te kennen (art. 23 lid 1 sub c EEX-V°/17 lid 1 sub c Verdrag).19 Indien deze stelling al juist zou zijn, dan is daardoor nog geen sprake van een overeenkomst tussen de derde-houder van het cognossement en de vervoerder. Presentatie geschiedt om een geheel andere reden: de derde-houder wil op grond van zijn titel uitlevering van zaken, die zich bevinden onder de vervoerder. Door het verzoek tot overdracht van zaken sluit de derde-houder echter in de regel geen overeenkomst met de vervoerder, noch beoogt hij (alsnog) met de forumkeuze in te stemmen. Onder het toepasselijke nationale recht zullen rechten en plichten niet steeds overgaan. Is het mogelijk dat in een cognossement een clausule wordt opgenomen op grond waarvan opvolging plaatsvindt.20 Naar mijn mening is zo'n beding mogelijk, omdat het doel van een cognossement noch het systeem zich tegen een clausule betreffende opvolging verzetten, mits de wilsovereenstemming voldoende duidelijk is gericht op deze contractuele overgang.
De derde-houder van het cognossement volgt één van de oorspronkelijke partijen bij de forumkeuze volgens het toepasselijke recht niet op in de rechten en verplichtingen. In dat geval dient het (geadieerde) gerecht te onderzoeken of de derde-houder van het cognossement met de forumkeuze in het cognossement heeft ingestemd.21 Het gerecht zal derhalve onderzoeken of aan de voorwaarden van art. 23 EEX-V°/17 lid 1 Verdrag is voldaan in verhouding tot de derde. De instemming van de derde met de forumkeuze is naar Nederlands recht vormvrij.