Gst. 2015/55
Wet Bibob; onschuldpresumptie; samenhang met strafrechtelijke procedure. (Mill en Sint Hubert)
RvS 11-02-2015, ECLI:NL:RVS:2015:331, m.nt. A.E.M. van den Berg
- Instantie
Raad van State
- Datum
11 februari 2015
- Magistraten
Mrs. C.J. Borman, D.J.C. van den Broek en G.M.H. Hoogvliet
- Zaaknummer
201309895/1/A3
- Noot
A.E.M. van den Berg
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS921014:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2015:331, Uitspraak, Raad van State, 11‑02‑2015
- Wetingang
Essentie
Wet Bibob; onschuldpresumptie; samenhang met strafrechtelijke procedure. (Mill en Sint Hubert)
Samenvatting
Het college heeft aan de weigering de vergunning te verlenen ten grondslag gelegd dat volgens het advies van het Bureau ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten en tevens een mindere mate van gevaar bestaat dat de vergunning zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen.
De reikwijdte van artikel 6, tweede lid, van het EVRM is niet beperkt tot strafrechtelijke procedures, maar kan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.