AB 2018/218
In geval van boeteoplegging aan beide echtgenoten dient aan beide echtgenoten afzonderlijk een verwijt gemaakt te kunnen worden ter zake van de bijstandsfraude.
CRvB 30-01-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:538, m.nt. C.W.C.A. Bruggeman
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
30 januari 2018
- Magistraten
Mrs. W.H. Bel, P.W. van Straalen, J.T.H. Zimmerman
- Zaaknummer
16/3524 PW
- Noot
C.W.C.A. Bruggeman
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS173713:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid bijstand / Algemene bijstand
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2018:538, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 30‑01‑2018
- Wetingang
Essentie
In geval van boeteoplegging aan beide echtgenoten dient aan beide echtgenoten afzonderlijk een verwijt gemaakt te kunnen worden ter zake van de bijstandsfraude.
Samenvatting
Zoals de Raad eerder heeft overwogen is het in verband met het bestraffende karakter van de boete essentieel dat de betrokkene persoonlijk een verwijt valt te maken van de schending van de inlichtingenverplichting (…). Dit vloeit voort uit het beginsel dat geen straf kan worden opgelegd zonder schuld. Dit beginsel is voor de bestuurlijke boete vastgelegd in art. 5:41 Awb. Hierin is bepaald dat het bestuursorgaan geen bestuurlijke boete oplegt voor zover ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.