Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.4.10:9.4.10 Staatssteun
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.4.10
9.4.10 Staatssteun
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192534:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EU 11 december 2012, C-610/10, ECLI:EU:C:2012:781 (Magefesa). Wessels suggereert dat nader onderzoek nodig is voor de vraag of de ‘insolventienorm’ die het Hof aanlegt, gelijk is aan pre-insolventie in de zin van de WHOA. Zie Wessels Insolventierecht I 2018/1068ka.
Kamerstukken II 2016/17, 34 753, nr. 3, p. 36-37.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
529. Er staat één weigeringsgrond voor homologatie buiten de regeling van het pre-insolventieakkoord. Art. 362 lid 3 Fw bepaalt dat de rechtbank de homologatie van een akkoord, “bedoeld in deze wet” zal weigeren, wanneer het akkoord niet voorziet in de terugbetaling van de staatssteun die ingevolge een Commissiebesluit als bedoeld in art. 1 van de Wet terugvordering staatssteun moet worden teruggevorderd. De regel vloeit voort uit Europeesrechtelijke rechtspraak over de terugbetaling van staatssteun in geval van insolvabiliteit.1
Het in deze slotbepaling bepaalde is ook van toepassing op een WHOA-akkoord, nu deze regeling is opgenomen in een algemene bepaling in de Faillissementswet. De wetgever sorteerde bij de invoering van deze bepaling reeds voor op eventuele toekomstige akkoordregelingen.2