NJB 2024/1958
Geluids- en beeldopnames als bewijs: met uitzondering van de situatie waarin art. 567 Sv toepassing vindt, kan een opname van beeld en/of geluid niet als een wettig bewijsmiddel worden aangemerkt (vgl. art. 339 lid 1 Sv). Zo’n opname kan wel meewerken tot het bewijs via de eigen waarneming van de rechter (art. 340 Sv). Die waarneming moet in beginsel plaatsvinden op de terechtzitting, maar onder omstandigheden mag een eigen waarneming van de rechter ook voor het bewijs worden gebruikt als deze waarneming door de rechter buiten het verband van de terechtzitting is gedaan. In het geval dat een eigen waarneming van de rechter voor het bewijs wordt gebruikt, moet de rechter in zijn uitspraak beschrijven wat de waarneming inhoudt. De rechter kan niet volstaan met de vermelding van de vindplaats in het dossier.
HR 17-09-2024, ECLI:NL:HR:2024:1169
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 september 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien en F. Posthumus
- Zaaknummer
23/01018
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1169, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑09‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:502, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑08‑2023
- Wetingang
Essentie
Geluids- en beeldopnames als bewijs: met uitzondering van de situatie waarin art. 567 Sv toepassing vindt, kan een opname van beeld en/of geluid niet als een wettig bewijsmiddel worden aangemerkt (vgl. art. 339 lid 1 Sv). Zo’n opname kan wel meewerken tot het bewijs via de eigen waarneming van de rechter (art. 340 Sv). Die waarneming moet in beginsel plaatsvinden op de terechtzitting, maar onder omstandigheden mag een eigen waarneming van de rechter ook voor het bewijs worden gebruikt als deze waarneming door de rechter buiten het verband van de terechtzitting is gedaan. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.