Accountantsaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/2.4.2.1:2.4.2.1 Inleiding
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/2.4.2.1
2.4.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS301768:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Schlingman (2009), p. 109.
Schlingman (2009), p. 121.
Indien in deze paragraaf wordt gesproken over ‘accountant’ wordt hiermee nadrukkelijk gerefereerd aan ‘externe accountant in de zin van de Wta’ (artikel 1 lid 1 sub f Wta).
AFM, Vergunningwijzer Wta, Hoofdstuk 5: Externe Accountants, p. 3-11.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in het voorgaande reeds geschetst, is, mede door de affaires rondom Enron, WorldCom, Parmalat en General Motors en in Nederland Ahold, Vie d’Or, Ballast Nedam, Econcern, Landis, Zakenbank Van der Hoop, Bouwfonds, Vestia, DSB en Weyl Vleesverwerkers, het vertrouwen in de financiële verslaggeving van ondernemingen geschonden. Voor het herstel van dit vertrouwen, zal het herstel van het vertrouwen in de controleverklaring nodig zijn. Om het vertrouwen in de controleverklaring te herstellen is de Wta in het leven geroepen.1 De Wta wordt op haar beurt nader uitgewerkt in het Bta. Beide zijn op 1 oktober 2006 in werking getreden. Kort samengevat beogen wet en besluit een onafhankelijk publiek toezicht door de Stichting Autoriteit Financiële Markten (“AFM”) tot stand te brengen. Het belangrijkste element van dit toezicht is een vergunningsplicht voor accountantsorganisaties. Het uitgangspunt van wet en besluit is dat een onafhankelijk publiek toezicht voorwaarde is voor blijvend vertrouwen in het accountantsberoep.
Het toezicht op de accountant onder de Wta vertoont sterke gelijkenis met het toezicht op de financiële markten, zoals (onder andere) vastgelegd in de Wft. Ook bij financiële markten is aanvullende, publiekrechtelijk gehandhaafde regulering noodzakelijk om deze markten adequaat te laten functioneren. Het handhavingstoezicht bij financiële markten vangt net als bij accountants aan met een vergunningsplicht, welke aangrijpt bij de toegang tot de markten voor aanbieders van financiële producten.2 De Wft hanteert voor de regulering van toegang tot de financiële markten eveneens een verbod -tenzij- vergunning stelsel.3 Daarna is -in lijn met de Wta- sprake van doorlopend toezicht. Het toezicht wordt uitgevoerd door de AFM en De Nederlandse Bank (‘DNB’). Zij hebben daartoe vergelijkbare handhavingsmaatregelen tot hun beschikking (zie paragraaf 2.4.2.6).
De Wta richt zich met name op accountantsorganisaties, maar legt eveneens (indirect) verplichtingen op aan de individuele accountant. Dit hangt samen met het feit dat door de Wta een focus op organisaties is ontstaan in plaats van op de individuele accountant (zie paragraaf 2.2 inzake de geschiedenis van de wetgeving). Uitgangspunt is dat een accountantsorganisatie een wettelijke controle verricht, in welk kader zij een vergunning dient aan te vragen bij de AFM (artikel 5 lid 1 Wta). De accountant4 is echter verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijke controle (artikel 1 lid 1 sub f Wta).
Met betrekking tot de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van een wettelijke controle is van belang dat de accountant namens de accountantsorganisatie vaktechnisch verantwoordelijk is voor de gehele uitvoering van de controle. Dit houdt in dat de accountant verantwoordelijk is voor het controleplan, voor de uitvoering van de werkzaamheden, voor de bevindingen, voor de uit de bevindingen getrokken conclusies en voor het oordeel dat blijkt uit de verklaring. De verantwoordelijkheid blijkt ook uit het feit dat de accountant de verklaring met zijn eigen naam ondertekent.5
De Wta heeft betrekking op assuranceopdrachten bestaande uit wettelijke controles (zie paragraaf 1.5 inzake assuranceopdrachten). De Wta bevat gedragsregels.