HR, 02-07-2024, nr. 23/02030
ECLI:NL:HR:2024:952
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
02-07-2024
- Zaaknummer
23/02030
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2024:952, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑07‑2024; (Artikel 81 RO-zaken, Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:498
In cassatie op: ECLI:NL:GHARL:2023:3974
- Vindplaatsen
Uitspraak 02‑07‑2024
Inhoudsindicatie
(Poging tot) verkrachting, meermalen gepleegd (art. 242 Sr), feitelijke aanranding van eerbaarheid, meermalen gepleegd (art. 246 Sr) en ontucht (art. 247 Sr) door dansleraar en eigenaar dansschool in Groningen. 1. Bewijsklacht verkrachting en aanranding. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Kon hof per geval de aangifte van aangeefster doen steunen op verklaring van verdachte? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 8 jaren). Heeft hof ten onrechte niet beslist op uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. straftoemeting? HR: art. 81.1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02030
Datum 2 juli 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 mei 2023, nummer 21-004402-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.J. Ausma, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2024.