RFR 2025/83
Staat gezag van gewijsde van een eerdere beslissing in de weg aan een nieuwe procedure, wanneer er voor de rechtsbetrekking relevante omstandigheden zijn gewijzigd?
HR 25-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:667
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 april 2025
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
24/00086
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD17043:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Alimentatie
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:667, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1131, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑01‑2024
- Wetingang
Art. 236 Rv
Essentie
Burgerlijk procesrecht. Algemeen Verbintenissenrecht.
Staat gezag van gewijsde van een eerdere beslissing in de weg aan een nieuwe procedure, wanneer er voor de rechtsbetrekking relevante omstandigheden zijn gewijzigd?
Samenvatting
De casus betreft een letselschadezaak, waarbij een rijinstructeur (verweerder) in 2015 een verkeersongeluk heeft gehad. In de procedure hierover is in 2019 vonnis gewezen, waarbij Klaverblad als verzekeraar betrokken was. Klaverblad had aansprakelijkheid erkend. De rechtbank heeft destijds voor recht verklaard dat verweerder gedeeltelijk beroepsongeschikt was geraakt door het ongeval, waarbij het percentage is gesteld op 3,6%. Het morfinegebruik van de verweerder, tegen de pijn, was onderwerp van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.