Hof Amsterdam, 26-03-2024, nr. 200.285.618/01
ECLI:NL:GHAMS:2024:777
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
26-03-2024
- Zaaknummer
200.285.618/01
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Financieel recht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHAMS:2024:777, Uitspraak, Hof Amsterdam, 26‑03‑2024; (Hoger beroep)
Cassatie: ECLI:NL:HR:2025:1542
Cassatie: ECLI:NL:HR:2025:1539
ECLI:NL:GHAMS:2022:2648, Uitspraak, Hof Amsterdam, 13‑09‑2022; (Hoger beroep, Tussenuitspraak)
- Vindplaatsen
Sdu Nieuws Financieel recht 2024/85
Sdu Nieuws Ondernemingsrechtpraktijk 2024/235
NTHR 2024/62, 198
JOR 2025/33 met annotatie van mr. R.J. Boogaard
NTHR 2022, afl. 6, p. 232
Uitspraak 26‑03‑2024
Inhoudsindicatie
Vorderingen van een aantal beleggers in de Primaire Sinano Fondsen tegen de beheerder, de bewaarder en de administrateur van de fondsen en hun bestuurders. De participaties in deze fondsen werden ingekocht op basis van hun intrinsieke waarde (afgekort als NAV) die werd berekend aan de hand van de NAV’s van de onderliggende fondsen waarin is geïnvesteerd door de Primaire Sinanco Fondsen. Het hof concludeert dat er onvoldoende officiële, door de administrateur afgegeven NAV’s van de onderliggende fondsen per 31 december 2008 waren en dat daarom geen NAV’s van de Primaire Sinano Fondsen afgegeven hadden mogen worden. De beheerder, bewaarder en administrateur zijn aansprakelijk jegens de beleggers. De bestuurders zijn niet aansprakelijk jegens de beleggers.
Partij(en)
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.285.618/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/665286 / HA ZA 19-44 1
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 26 maart 2024
inzake
1. [appellant 1] ,
wonend te [woonplaats 1] , Zwitserland,
2. [appellant 2] ,
wonend te [woonplaats 1] , Zwitserland,
3. de erven van [overledene 1] , genaamd [appellant 3a] en [appellant 3b] ,
wonend te [woonplaats 2] respectievelijk [woonplaats 3] ,
4. [appellant 4] ,
wonend te [woonplaats 3] ,
5. STICHTING BEWAARDER TITANS FUND,
kantoorhoudend te Amsterdam,
6. [appellant 6] ,
wonende te [woonplaats 4] , Zuid Afrika,
7. [appellant 7] ,
wonend te [woonplaats 5] , Zweden,
8. de erven van [overledene 2] , genaamd [appellant 8a] , [appellant 8b] , [appellant 8c] en [appellant 8d] ,
wonend te [woonplaats 6] , [woonplaats 7] , [woonplaats 8] respectievelijk [woonplaats 6] ,
9. [appellant 9] ,
wonend te [woonplaats 9] ,
10. [appellant 10] ,
wonend te [woonplaats 9] ,
11. COSMIC GROUP B.V.,
kantoorhoudend te Sliedrecht,
12. RADIOLOGIEPRAKTIJK [naam] B.V.,
kantoorhoudend te [vestigingsplaats] ,
appellanten,
advocaat mr. J. van Bekkum te Amsterdam,
tegen
1. ORTELIUS WEALTH MANAGEMENT B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. OWELCO B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. [geïntimeerde 3] ,
wonend te [woonplaats 10] ,
4. WISART INVESTMENTS B.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
5. [geïntimeerde 5] ,
wonend te [woonplaats 9] ,
geïntimeerden,
advocaat mr. J. Hagers te Amsterdam,
6. STICHTING BEWAARBEDIJF HERMES,
gevestigd te Amersfoort,
7. [geïntimeerde 7] ,
wonend te [woonplaats 11] ,
8. [geïntimeerde 8] ,
wonend te [woonplaats 12] ,
9. CIRCLE INVESTMENT SUPPORT SERVICES B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
10. CIRCLE HOLDING NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerden,
advocaat mr. J.H. Tonino te Amsterdam,
11. STICHTING BEWAARBEDRIJF TRAVIS,
gevestigd te Amsterdam,
12. de rechtspersoon naar buitenlands recht
VISTRA (LUXEMBOURG) S.À.R.L.,
gevestigd te Luxemburg, Luxemburg,
geïntimeerden,
advocaat mr. B.T. Craemer te Amsterdam.
Partijen blijven aangeduid:
- appellanten afzonderlijk bij (achter)naam dan wel belegger sub (…) en gezamenlijk de beleggers;
- geïntimeerden 1 tot en met 5 afzonderlijk bij (achter)naam en gezamenlijk Ortelius c.s.;
- geïntimeerden 6 tot en met 10 afzonderlijk bij (achter)naam en gezamenlijk Circle Investment c.s.;
- geïntimeerden 11 en 12 afzonderlijk bij naam en gezamenlijk Travis c.s.
Voorts worden geïntimeerden 2 tot en met 5, 7, 8 en 10 gezamenlijk aangeduid als de bestuurders.
1. De zaak in het kort
De beleggers hebben belegd in de Primaire Sinano Fondsen, die investeerden in verschillende hedgefondsen en beleggingsproducten. Ortelius c.s., Circle Investment c.s. en Travis c.s. waren (bestuurders van de) beheerder, bewaarder respectievelijk administrateur van de fondsen. Een aantal beleggers verwijt hen dat zij zijn misleid bij het beleggen in cash. De beleggers stellen verder dat Ortelius c.s., Circle Investment c.s. en Travis c.s. te lang zijn doorgegaan met het inkopen van participaties in de beleggingsfondsen. De beleggers vorderen schade die zij stellen hierdoor te hebben geleden. De rechtbank heeft de vorderingen van de beleggers afgewezen.
De participaties in de beleggingsfondsen werden ingekocht op basis van hun intrinsieke waarde (afgekort als NAV) die werd berekend aan de hand van de NAV’s van de onderliggende fondsen waarin is geïnvesteerd. In het tussenarrest zijn Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. op grond van art. 22 lid 1 Rv bevolen de NAV’s per 31 december 2008 die horen bij de onderliggende fondsen in het geding te brengen. In dit arrest wordt de toewijsbaarheid van de vorderingen tegen Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. beoordeeld. Voorts wordt beoordeeld of er grond is om terug te komen van de bindende eindbeslissing in het tussenarrest dat de vorderingen van [appellant 6] en [appellant 7] niet toewijsbaar zijn.
2. Het geding in hoger beroep
Op 13 september 2022 is een tussenarrest gewezen waarin het procesverloop tot aan dat arrest vermeld is. Na het tussenarrest hebben partijen de volgende stukken ingediend:
- gezamenlijke akte overlegging producties van Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. met producties (hierna: de gezamenlijke akte);
- antwoordakte tevens houdende reactie op rov. 4.2 en 4.3 van het tussenarrest van de beleggers;
- antwoord akte van Ortelius c.s.;
- antwoordakte van Circle Investment c.s.;
- akte tot afwijzing van het verzoek tot heroverweging van Travis c.s.
Ten slotte is opnieuw arrest gevraagd.
3. De verdere beoordeling
3.1.1.
De beleggers stellen hun vorderingen in als investeerders in de in september en oktober 2008 door Ortelius opgerichte fondsen Sinano Low Volatility Fund, het Sinano Medium Volatility Fund en het Sinano Market Neutral Fund (hierna gezamenlijk: de Primaire Sinano Fondsen) respectievelijk het op 1 februari 2011 door Ortelius opgerichte Sinano Alpha Fund (hierna tezamen met de Primaire Sinano Fondsen: de Sinano Fondsen).
3.1.2.
De Sinano Fondsen hebben een ‘fund of funds’ structuur; zij nemen deel in verschillende hedgefondsen en beleggingsproducten (hierna: de onderliggende fondsen). De administrateur berekent de intrinsieke waarde (‘Net Asset Value’ (NAV)) van de Sinano Fondsen op basis van de NAV’s van de onderliggende fondsen. Toetreden in de Sinano Fondsen is mogelijk per de eerste dag van iedere maand. Uittreden kan per de eerste dag van ieder kwartaal en moet uiterlijk 180 dagen voor de beoogde transactiedag worden verzocht. De inkoop van participaties van uittreders geschiedt aan de hand van de NAV van het desbetreffende fonds op de uittreeddatum.
3.1.3.
Ortelius is als beheerder van de Sinano Fondsen opgetreden. Owelco en Wisart zijn aandeelhouders en bestuurders van Ortelius. Owel is enig aandeelhouder en bestuurder van Owelco. [geïntimeerde 5] is enig aandeelhouder en bestuurder van Wisart.
Vanaf de oprichting van de Primaire Sinano Fondsen tot 1 oktober 2010 hield Hermes als bewaarder het juridisch eigendom van het vermogen van de Primaire Sinano Fondsen en vervulde Circle Investment de rol van administrateur van genoemde fondsen. [geïntimeerde 7] en [geïntimeerde 8] zijn beiden bestuurders van Hermes en van Circle Investment. Daarnaast is Circle Holding bestuurder van Circle Investment.
Vanaf 1 oktober 2010 is Travis opvolgend bewaarder en Vistra opvolgend administrateur van de Primaire Sinano Fondsen. Vanaf 1 februari 2011 hebben Travis en Vistra deze rollen ook vervuld met betrekking tot het Sinano Alpha Fund.
3.1.4.
In het kader van de liquidatie van de Primaire Sinano Fondsen zijn de PIWM Accounts – dat zijn vier managed accounts met daarin negentien externe hedgefondsen en enkele trading-programma’s van PIWM – met instemming van de beleggers in de Primaire Sinano Fondsen ingebracht in het Sinano Alpha Fund tegen uitgifte van participaties in het Sinano Alpha Fund aan die beleggers.
De Primaire Sinano Fondsen zijn op 8 oktober 2010 gesloten, wat wil zeggen dat er geen in- en uitstap meer mogelijk was. Op 20 september 2012 is het Sinano Alpha Fund gesloten. Na de sluiting van de Sinano Fondsen is Ortelius overgegaan tot liquidatie.
De vorderingen van [appellant 6] en [appellant 7]
3.2.
[appellant 6] en [appellant 7] hebben belegd in het Sinano Alpha Fund. Zij stellen dat zij door Ortelius c.s. en Travis c.s. zijn misleid over de stand van zaken in dat fonds en niet zouden zijn ingestapt als zij daarover behoorlijk waren geïnformeerd. In het tussenarrest is beslist dat de vorderingen van [appellant 6] en [appellant 7] niet toewijsbaar zijn omdat onvoldoende is toegelicht dat Ortelius c.s. en Travis c.s. wisten of behoorden te weten of ernstige vermoedens moesten hebben van de fraude bij PIWM ten tijde van de inleg door [appellant 6] en [appellant 7] in 2010 en 2011. [appellant 6] en [appellant 7] verzoeken het hof terug te komen van deze bindende eindbeslissing.
Het hof ziet daar geen aanleiding toe. Het betoog van [appellant 6] en [appellant 7] dat niet kenbaar of expliciet is ingegaan op een aantal door hen ingenomen standpunten, de herhaling van hun standpunt dat de bewijslast op Ortelius c.s. en Travis c.s. rust en hun standpunt dat uit de gezamenlijke akte volgt dat Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. ‘liegen en dat al jaren doen’ leiden niet tot de conclusie dat deze bindende eindbeslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag zodat op een ondeugdelijke grondslag een einduitspraak zou worden gedaan over de vorderingen van [appellant 6] en [appellant 7] .
De vorderingen tegen Ortelius c.s. en Circle Investment c.s.
3.3.
Waar hierna wordt gesproken over ‘de beleggers’ gaat het over de beleggers, afgezien van [appellant 6] en [appellant 7] . De vorderingen van deze overige beleggers zijn gericht tegen (uitsluitend) Ortelius c.s. en Circle Investement c.s. Deze vorderingen zijn van tweeërlei aard (zie rov. 4.3 van het tussenarrest):
(1) De vorderingen van de beleggers sub 1, 5 en 8 tot en met 11 zijn gebaseerd op de stelling dat Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. eind 2008 de inkoop van participaties in de Primaire Sinano Fondsen hadden moeten opschorten en niet hadden mogen doorgaan met het vaststellen van NAV’s ten behoeve van de inkoop. Deze vorderingen strekken niet ertoe om beleggingsverliezen proberen ongedaan te maken; het gaat om vergoeding van hun pro rata deel van de waarde van de Primaire Sinano Fondsen die volgens deze beleggers wegens wanbeheer en contractschending uit deze fondsen is weggevloeid. In deze vorderingen zijn de bedragen die de beleggers sub 10 en 11 als uitkeringen hebben ontvangen van de Primaire Sinano Fondsen verdisconteerd.
(2) De vorderingen van de beleggers sub 1 t/m 5 en 12 strekken tot teruggave van de inleg in cash in de Primaire Sinano Fondsen aan deze beleggers die in cash hebben belegd. Deze beleggers stellen dat zij niet zouden zijn ingestapt als zij behoorlijk waren geïnformeerd over de werkelijke stand van zaken in deze fondsen.
3.4.
In het tussenarrest is overwogen dat het hof bij beoordeling van deze vorderingen uitgaat van de peildatum 31 december 2008, aangezien dat de datum is die volgens de beleggers voor Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. het keerpunt had moeten zijn waarop zij de fondsen hadden moeten sluiten en in- en uitstappen niet meer hadden mogen toestaan en de feitelijke onderbouwing door de beleggers enkel op die datum ziet.
Voorts dient als uitgangspunt dat de Primaire Sinano Fondsen per 31 december 2008 waren samengesteld uit de onderliggende hedgefondsen die per die datum voorkomen in de producties 4, 5 en 6 bij de inleidende dagvaarding.
In het tussenarrest zijn Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. op grond van art. 22 lid 1 Rv bevolen de NAV’s per 31 december 2008 die horen bij de onderliggende fondsen als vermeld in die producties in het geding te brengen, ter staving van hun kernverweer dat erop neerkomt dat alle onderliggende fondsen van de Primaire Sinano Fondsen eind 2008 NAV’s hebben afgegeven en daarna ook zijn blijven afgeven, waarop zij mochten vertrouwen.
Geen NAV’s voor (een groot deel van) de onderliggende fondsen per 31 december 2008
3.5.
In de grotendeels gelijkluidende Informatiememoranda van de Primaire Sinano Fondsen (hierna: de Informatiememoranda) is voor de maandelijks uit te voeren berekening van de NAV’s van deze fondsen bepaald dat de NAV's worden vastgesteld op het moment dat de onderliggende fondsen die samen verantwoordelijk zijn voor minimaal 80% van het fondsvermogen hun definitieve NAV bekend hebben gemaakt en dat er voor maximaal 20% van het fondsvermogen geschatte individuele NAV’s van de onderliggende fondsen zijn toegestaan. De stukken die Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. na het tussenarrest in het geding hebben gebracht, onderbouwen niet (voldoende) hun verweer dat per 31 december 2008 aan dit vereiste werd voldaan. Ter toelichting dient het volgende.
Circle Investment c.s. hebben onweersproken toegelicht dat NAV’s door de onafhankelijke administrateurs van hedgefondsen via de erkende kanalen direct worden gestuurd naar alle
bewaarbanken wereldwijd en in het geval van fund-of-funds naar de administrateurs van die fund-of-funds. Gegevens in fact sheets van de onderliggende fondsen, de gestelde bevestigingen van de NAV’s in jaarverslagen en (voor de PIWM Accounts) de PKF-rapporten zijn geen officiële door de administrateurs afgegeven NAV’s van de onderliggende fondsen. Dat geldt ook voor de overgelegde ‘unaudited statements’ van de AJW-Fondsen waarin vermeld is dat dit schattingen zijn (en die op 2009 zien), de schatting van de waarde van Irongate per 31 december 2008 in een interne e-mail van 11 februari 2009 van Circle Investment en de niet door administrateurs maar fondsbeheerders van een aantal onderliggende fondsen afgegeven NAV’s per 31 december 2008. De NAV die wordt genoemd in het overgelegde Portfolio Holdings Report per 31 december 2008 van het PIWM Account van het Sinano Medium Fund is evenmin een officiële NAV van een onderliggend fonds. De PIWM Accounts die alle drie de Primaire Sinano Fondsen aanhielden zijn namelijk geen fondsen, maar gescheiden bankrekeningen op naam van het desbetreffende Primaire Sinano Fonds waarin externe hedgefondsen en trading programma’s van BC Capital actief werden gemanaged door BC Capital/PIWM. De beleggers stellen dat het fondsvermogen van alle drie de Primaire Sinano Fondsen eind 2008 voor (ruim) meer dan 20% was belegd via de PIWM Accounts. Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. betwisten dit onvoldoende gemotiveerd; zij erkennen onder meer dat het Sinano Neutral Fund ‘grotendeels’ een investering was in managed accounts van BC/PIWM. Volgens Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. werden de NAV’s van de PIWM Accounts per 31 december 2008 afgegeven via de Portfolio Holdings Reports. De NAV die is vermeld in het overgelegde Portfolio Holdings Report per 31 december 2008 heeft kennelijk betrekking op het totaal van de via dat PIWM Account gemanagede posities. De NAV’s van de onderliggende fondsen en trading programma’s per 31 december 2008 waarin via dit managed account wordt belegd zijn niet vermeld of bijgevoegd. Ortelius c.s. en Circle Investments c.s. hebben eerder in deze procedure verwezen naar account/portfolio statements voor de PIWM Accounts van de broker Alliance Investment Management waarin de posities van de Sinano fondsen in de onderliggende fondsen en managed accounts werden weergegeven. Daargelaten of kan worden aanvaard dat deze overzichten de NAV’s van de onderliggende fondsen bevatten, zien deze (als productie 23 door Ortelius c.s. overgelegde) overzichten niet op 31 december 2008, maar op verschillende data in 2009.
Uit het voorgaande volgt dat er voor (ruim) minder dan de vereiste minimaal 80% van de fondsvermogens officiële door de administrateur afgegeven NAV’s van de onderliggende fondsen per 31 december 2008 waren. Dit wordt niet anders door het feit dat er onderliggende fondsen zijn die daarna (weer) NAV’s hebben afgegeven.
Wanprestatie Ortelius en onrechtmatig handelen Circle Investment en Hermes
3.6.
Uit de Informatiememoranda en het daarvan deel uitmakende Reglement Beheer en Bewaring (hierna: RBB) van de Primaire Sinano Fondsen volgt dat de beheerder gerechtigd is de vaststelling van de NAV’s van deze fondsen op te schorten ‘wanneer om enige reden de waarde van beleggingen van het fonds niet met de gewenste (…) nauwkeurigheid kunnen worden bepaald’ (artikel 3 lid 4 sub b RBB). Ook is bepaald dat de beheerder de in- en verkoop van participaties mag opschorten ‘in geval van bijzondere omstandigheden zoals ernstige verstoringen van de financiële markten of de (tijdelijke) onmogelijkheid om het Fonds juist te waarderen’ (Informatiememoranda p. 10 en p. 27) en indien ‘naar mening van de Beheerder of de Administrateur, het redelijkerwijs niet uitvoerbaar is voor het Fonds om (…) correct de Intrinsieke waarde (NAV) te bepalen’ (Informatiememoranda p. 35). Voorts informeert de beheerder de beleggers maandelijks over de totale waarde van de activa van het Fonds en verstrekt daarbij een voorlopige NAV per participatie (Informatiememoranda hoofdstuk 18). Deze informatieverplichting van de beheerder bestaat los van de mogelijkheid dat beleggers uit anderen hoofde op de hoogte waren of konden zijn van de waarde van de onderliggende fondsen.
Uit de Informatiememoranda volgt dat de administrateur de NAV’s van de Primaire Sinano Fondsen berekent aan de hand van de NAV’s van de onderliggende fondsen (Informatiememoranda, p. 27). Zoals hiervoor is overwogen moeten er daartoe voor minimaal 80% van het fondsvermogen officiële, door de administrateur afgegeven NAV’s van de onderliggende fondsen zijn en zijn voor maximaal 20% van het fondsvermogen geschatte individuele NAV’s van de onderliggende fondsen toegestaan.
De bewaarder heeft een in de Informatiememoranda beschreven controlerende taak ten aanzien van het conform de daarvoor geldende voorschriften berekenen van de NAV’s en de vraag of de verkoop, uitgifte, inkoop, terugbetaling en intrekking van participaties voor rekening van het desbetreffende fonds, geschieden overeenkomstig de wet en de voorwaarden van de beheerder (Informatiememoranda, p. 15 en 31). De Informatiememoranda bepalen dat de bewaarder onafhankelijk is van de beheerder, dat de bewaarder en de beheerder zich richten op de belangen van de beleggers en dat de beheerder en bewaarder alleen gezamenlijk over het fondsvermogen kunnen beschikken (Informatiememoranda, p. 12).
3.7.
Niet in geschil is dat de Informatiememoranda de overeenkomst van opdracht tussen Ortelius en de beleggers beheersen. Evenmin in geschil is dat de administrateur en de bewaarder, net als de beheerder, hun taken moeten uitvoeren in overeenstemming met de inhoud van de Informatiememoranda. In het midden kan blijven of de administrateur en de bewaarder eveneens (collectieve) overeenkomsten van opdracht hebben gesloten met de beleggers. De normen van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt brengen in de gegeven omstandigheden namelijk mee dat de administrateur en de bewaarder hun gedrag bij de uitvoering van hun taken mede dienen te laten bepalen door de belangen van de beleggers, die in eigen naam of via een custodian in de Primaire Sinano Fondsen belegden. De betrokkenheid van de administrateur en de bewaarder bij de beleggingen in de Primaire Sinano Fondsen is voor de beleggers duidelijk kenbaar uit de Informatiememoranda. De goede uitvoering van hun taken is wezenlijk voor de beleggers, die daarom erop moeten kunnen vertrouwen dat de administrateur en de bewaarder deze taken conform de Informatiememoranda uitvoeren. De in vergelijking met de vergoeding van de beheerder (fors) lagere vergoedingen van de administrateur en de bewaarder nemen niet weg dat zij uit hoofde van onrechtmatige daad aansprakelijk kunnen zijn jegens de beleggers als zij bij hun taakvervulling onvoldoende rekening houden met de belangen van de beleggers. Voor het voorgaande maakt het niet uit dat de beleggers bijna allemaal via een custodian in de Primaire Sinano Fondsen beleggen. Ook maakt het niet uit dat de beleggers vermogend zijn en een hoge risicobereidheid hadden, dat zij geen gemiddelde consumenten zijn en dat zij bekend zouden zijn geweest met de waarderings- en beleggingsrisico's.
3.8.
Als uitgangspunt geldt dat de beleggers moeten kunnen vertrouwen op de officiële NAV’s die door de administrateurs van de onderliggende fondsen worden afgegeven. Zoals hiervoor is overwogen waren er echter per 31 december 2008 onvoldoende officiële, door administrateurs afgegeven NAV’s van de onderliggende fondsen om de NAV’s van de Primaire Sinano Fondsen per die datum volgens de daarvoor geldende voorschriften te kunnen berekenen. Dit had voor een redelijk handelend en redelijk bekwaam beheerder reden moeten zijn het vaststellen van de NAV’s en ook de mogelijkheid van uittreden op te schorten per die datum en opgeschort te houden totdat er weer voldoende NAV’s waren om de maandelijkse berekening van de NAV’s van de Primaire Sinano Fondsen uit te kunnen voeren. Uit de Informatiememoranda volgt dat gebruikmaking van deze opschortingsbevoegdheid het uitgangspunt dat de fondsen open zijn en de verplichting om aan uitreedverzoeken te voldoen opzij zet. Ortelius is als beheerder toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de met de beleggers 1, 5 en 8 tot en met 11 gesloten overeenkomsten van opdracht door niet per 31 december 2008 het afgeven van NAV’s voor de Primaire Sinano Fondsen en (om die reden) de mogelijkheid van uittreden uit deze fondsen op te schorten en opgeschort te houden totdat er weer voldoende NAV’s waren om de maandelijkse berekening van de NAV’s van de Primaire Sinano Fondsen uit te kunnen voeren. Gedurende de periode van opschorting van vaststelling van de NAV’s van de Primaire Sinano Fondsen kon Ortelius de beleggers niet over deze NAV’s informeren.
Door per 31 december 2008 NAV’s voor de Primaire Sinano Fondsen te berekenen terwijl er toen onvoldoende officiële, door administrateurs afgegeven NAV’s waren om dat conform de daarvoor geldende voorschriften te doen, heeft Circle Investment als administrateur onrechtmatig gehandeld jegens de beleggers 1, 5 en 8 tot en met 11.
Dat geldt ook voor Hermes als bewaarder, die kennelijk niet heeft opgemerkt dat de NAV’s van de Primaire Sinano Fondsen per 31 december 2008 niet volgens de voorschriften konden worden berekend en dat (daarom) inkoop van participaties van uittreders niet mogelijk was, of dat heeft laten passeren. Hermes heeft als bewaarder voorts onrechtmatig gehandeld jegens deze beleggers door haar medewerking te verlenen aan uittreding uit de Primaire Sinano Fondsen in de periode dat het uittreden na 31 december 2008 opgeschort had moeten zijn.
Voor zover de aan de vorderingen van de beleggers sub 1, 5 en 8 tot en met 11 (zie rov. 3.3 sub (1)) ten grondslag gelegde verwijten betrekking hebben op het hiervoor bedoelde handelen en nalaten van Ortelius, Circle Investment en Hermes, treffen zij doel.
3.9.
De beleggers sub 1 t/m 5 en 12 die in cash hebben ingelegd in de Primaire Sinano Fondsen stellen dat zij werden misleid bij het doen van hun in cash investeringen, (onder meer) doordat de Primaire Sinano Fondsen open bleven. Zij houden Ortelius en Circle Investment daarvoor aansprakelijk omdat zij verantwoordelijk waren voor de informatieverschaffing aan de (potentiële) beleggers. Zij houden Hermes daarvoor verantwoordelijk omdat zij als bewaarder toezicht hield op de bepaling van de NAV’s en op de verkoop en uitgifte van participaties in de Primaire Sinano Fondsen.
Het hof overweegt dat hetgeen in rov. 3.8 is overwogen tot de conclusie leidt dat de beleggers sub 1 t/m 5 en 12 niet behoorlijk zijn geïnformeerd over de werkelijke stand van zaken in deze fondsen vanaf 31 december 2008, toen er geen NAV’s afgegeven hadden mogen worden en de inkoop van participaties opgeschort had moeten worden. Ortelius en Circle Investment hebben daarom onrechtmatig gehandeld jegens deze beleggers. Ook Hermes heeft onrechtmatig gehandeld jegens de beleggers 1 t/m 5 en 12, door als bewaarder kennelijk niet op te merken dat de NAV’s van de Primaire Sinano Fondsen per 31 december 2008 niet volgens de voorschriften konden worden berekend en dat (daarom) inkoop van participaties niet mogelijk was of dat heeft laten passeren. Mede daardoor zijn de beleggers sub 1 t/m 5 en 12 niet behoorlijk geïnformeerd over de werkelijke stand van zaken in de fondsen. Onbesproken kan blijven of deze onrechtmatige gedragingen zijn aan te merken als misleiding.
3.10.
Er bestaat onvoldoende belang bij bespreking van de andere verwijten van de beleggers aan het adres van Ortelius, Circle Investment en Hermes, aangezien niet blijkt dat deze tot meer of andere schade kunnen hebben geleid bij de beleggers dan het hiervoor vastgesteld(e) toerekenbaar tekortschieten en onrechtmatig handelen.
Geen onrechtmatig handelen bestuurders
3.11.
De beleggers stellen dat de bestuurders naast Ortelius, Circle Investment en Hermes hoofdelijk aansprakelijk en schadeplichtig zijn omdat zij – kort gezegd – als bestuurders (opzettelijk) hebben bewerkstelligd of toegelaten dat tussen eind 2008 en oktober 2010, mede met gebruikmaking van cash van beleggers die toetraden, op basis van ‘mooie NAV’s’ berekende (te hoge) vergoedingen zijn uitgekeerd voor de participaties van uittreders uit de Primaire Sinano Fondsen, waaronder Owel, waardoor de beleggers zijn achtergebleven in fondsen die generlei waarde meer vertegenwoordigden.
3.12.
Vanwege de gemotiveerde betwisting daarvan, kan niet worden aangenomen dat de gehele inleg in cash is aangewend om uittreders te voldoen. Gezien de buitengewone marktomstandigheden waarin de onrechtmatig bevonden gedragingen van Ortelius, Circle Investment en Hermes hebben plaatsgevonden, kan voorts niet worden aangenomen dat de bestuurders wisten of redelijkerwijze hadden behoren te begrijpen, althans er ernstig rekening mee hadden moeten houden dat de door hen vanaf eind 2008 bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van Ortelius, Circle Investment en Hermes tot gevolg zou hebben dat de Primaire Sinano Fondsen hun (mogelijk toekomstige) verplichtingen jegens de beleggers niet zouden nakomen en ook geen verhaal zouden bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Onder deze omstandigheden kan dan ook niet worden geoordeeld dat de bestuurders (persoonlijk) hadden moeten voorkomen dat vanaf eind 2008 NAV’s afgegeven werden, beleggers werd toegelaten in cash te investeren en uittreedverzoeken werden gehonoreerd.
3.13.
Hierbij is van belang dat niet is gebleken dat de bestuurders enig persoonlijk belang of persoonlijk financieel voordeel hadden bij het bewerkstelligen of toelaten van het blijven afgeven van de NAV’s, het doorgaan van de Primaire Sinano Fondsen met het toelaten van beleggers en het honoreren van uittreedverzoeken. Voor Owel geldt dat zijn gemotiveerde en met stukken onderbouwde betwisting eraan in de weg staat om als vaststaand aan te nemen dat hij zijn posities in de Primaire Sinano Fondsen heeft verkocht. Voor zover de beleggers beogen te stellen dat de bestuurders hun persoonlijk belang hebben gesteld boven het belang van de beleggers, gaat dit betoog als onvoldoende gemotiveerd niet op.
3.14.
Hoewel de personele unie van de bestuurders van Circle Investment en Hermes waarop de beleggers wijzen mogelijk risico’s met zich bracht omdat Circle Investment de NAV’s van de Primaire Sinano Fondsen afgaf en Hermes erop moest toezien dat dit volgens de voorschriften gebeurde, hebben de beleggers onvoldoende concreet gesteld dat hun gestelde schade (mede) het gevolg is van deze ‘wezenlijke structuurfout’ waar zij de bestuurders van deze twee entiteiten verantwoordelijk voor houden.
3.15.
De slotsom luidt dat de bestuurders niet persoonlijk een ernstig verwijt treft voor de gestelde schade van de beleggers. De vorderingen tegen de bestuurders zijn dus niet toewijsbaar.
Mogelijkheid van schade aannemelijk, verwijzing naar de schadestaatprocedure
3.16.
Ortelius, Circle Investment en Hermes zijn verplicht de schade te vergoeden die de beleggers hebben geleden als gevolg van hun hiervoor vastgestelde toerekenbaar tekortschieten en onrechtmatig handelen. In beginsel dient de schadevergoeding een benadeelde zoveel mogelijk in de toestand te brengen waarin hij zou hebben verkeerd indien de schadeveroorzakende gebeurtenis zou zijn uitgebleven, hetgeen meebrengt dat de omvang van de schade moet worden bepaald door een vergelijking van de toestand zoals deze in werkelijkheid is (de werkelijke situatie) met de toestand zoals die (vermoedelijk) zou zijn geweest indien het schadeveroorzakende feit niet zou hebben plaatsgevonden (de hypothetische situatie). Dat betekent dat de toestand waarin de Primaire Sinano Fondsen in oktober 2010 ‘op slot’ zijn gegaan en tot dat moment in- en uittreders participaties hebben ge- en verkocht op basis van de maandelijks afgegeven NAV’s van de Primaire Fondsen, moet worden vergeleken met de toestand waarin in verband met het ontbreken van voldoende officiële, door administrateurs afgegeven NAV’s per 31 december 2008 het afgeven van de NAV’s voor de Primaire Sinano Fondsen en de mogelijkheid van uittreden per die datum zouden zijn opgeschort. Daarbij zal moeten worden bezien of deze opschorting in de hypothetische situatie tot oktober 2010 zou hebben voortgeduurd. In de hypothetische situatie zou gedurende deze opschorting (in cash) inleg niet mogelijk zijn geweest, zouden geen participaties zijn gekocht van uittreders (met inbegrip van de beleggers die gehonoreerde uittreedverzoeken hebben gedaan) en zouden de Primaire Sinano Fondsen niet hebben kunnen investeren in elkaars fondsen. Per belegger zal een vergelijking tussen de werkelijke en de hypothetische situatie moeten worden gemaakt.
3.17.
Het over de schadevorderingen gevoerde debat is onvoldoende toegesneden op deze vergelijking tussen de werkelijke en de hypothetische situatie. Voorts is slechts een deel van de gegevens voorhanden die nodig zijn voor deze vergelijking. Mogelijk zal op onderdelen een deskundige moeten worden benoemd. Het is daarom niet mogelijk om bij deze stand van zaken de schade van de beleggers te begroten of te schatten.
Gezien de vaststaande feiten en de wel beschikbare gegevens acht het hof de mogelijkheid aannemelijk dat de beleggers schade hebben geleden als gevolg van het toerekenbaar tekortschieten en onrechtmatig handelen van Ortelius, Circle Investment en Hermes. Dat geldt zowel voor de beleggers 1, 5 en 8 tot en met 11 die stellen aan het honoreren van de uittreedverzoeken toe te rekenen schade te hebben geleden als voor de beleggers sub 1 t/m 5 en 12 die stellen schade te hebben geleden ten bedrage van (een deel van) hun in cash inleg in de Primaire Sinano Fondsen in de periode van 31 december 2008 tot oktober 2010. Daarmee is voldaan aan het criterium voor verwijzing naar de schadestaatprocedure. De verplichting tot betaling van schadevergoeding betreft dezelfde schade, zodat Ortelius, Circle Investment en Hermes hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens de beleggers.
De tegen Ortelius, Circle Investment en Hermes ingestelde schadevorderingen van de beleggers sub 1 tot en met 5 en 8 tot en met 12 zijn dus toewijsbaar in de vorm van hoofdelijke veroordeling tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat.
3.18.
Het door de beleggers gevraagde bevel tot openlegging van de boeken om de bedragen van de na 30 september 2010 gedane uitkeringen te bepalen, kan nu niet bijdragen aan een beslissing van het geschil. Het hof ziet evenmin aanleiding om de beleggers te gebieden het door Ortelius c.s. bedoelde bewijsmateriaal echt en onvervalst over te leggen.
Slotsom
3.19.
De slotsom luidt dat het bestreden vonnis dient te worden vernietigd voor zover daarin de vorderingen van de beleggers sub 1 tot en met 5 en 8 tot en met 12 tegen Ortelius, Circle Investment en Hermes zijn afgewezen en deze beleggers in de proceskosten zijn veroordeeld.
De gevorderde verklaringen voor recht dat Ortelius, Circle Investment en Hermes onrechtmatig hebben gehandeld jegens de beleggers sub 1 tot en met 5 en 12 (vordering 1 sub a) en dat Ortelius toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen jegens de beleggers sub 1, 5 en 8 tot en met 11 (vordering 1 sub b) zijn toewijsbaar. De tegen Ortelius, Circle Investment en Hermes ingestelde schadevorderingen van de beleggers sub 1 tot en met 5 en 8 tot en met 12 zijn toewijsbaar in de vorm van hoofdelijke veroordeling tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat.
Voor het overige zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd.
Bij aparte bespreking van de grieven bestaat geen belang. De bewijsaanbiedingen hebben geen betrekking op stellingen die, indien bewezen, tot een ander oordeel zullen leiden.
Daargelaten of art. 21 Rv is geschonden, zoals partijen over en weer stellen, ziet het hof geen aanleiding daaraan enige consequentie te verbinden. De verzoeken ex art. 162 Rv en art. 85 Rv zullen worden afgewezen.
Ortelius, Circle Investment en Hermes zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de proceskosten van de beleggers 1 tot en met 5 en 8 tot en met 12 in beide instanties conform het liquidatietarief. Voor een veroordeling in de werkelijk gemaakte proceskosten of het hanteren van een hoger tarief dan het toepasselijke liquidatietarief ziet het hof onvoldoende grond. Voornoemde beleggers zullen worden veroordeeld in de proceskosten van de bestuurders in hoger beroep, die op nihil worden gesteld omdat de bestuurders, vertegenwoordigd door dezelfde advocaat, hun standpunt naar voren hebben gebracht in de processtukken van Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. [appellant 6] en [appellant 7] zullen worden veroordeeld in de proceskosten van Travis c.s. in hoger beroep.
3.20.
Ten overvloede wijst het hof tot slot erop dat partijen in plaats van een naar verwachting complexe en mogelijk langdurige schadestaatprocedure te voeren, ook kunnen trachten hun geschil te beëindigen met een minnelijke regeling.
4. Beslissing
Het hof:
4.1.
vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover daarbij de vorderingen van de beleggers sub 1 tot en met 5 en 8 tot en met 12 – te weten (1) [appellant 1] , (2) [appellant 2] , (3) de ervan van [overledene 1] , (4) [appellant 4] , (5) de Stichting Bewaarder Titans Fund, (8) de erven van [overledene 2] , (9) [appellant 9] , (10) [appellant 10] , (11) Cosmic Group en (12) Radiologiepraktijk [naam] – tegen Ortelius, Circle Investment en Hermes zijn afgewezen en deze beleggers in de proceskosten zijn veroordeeld;
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
4.2.
verklaart voor recht dat Ortelius toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen jegens de beleggers sub 1, 5 en 8 tot en met 11 en dat Ortelius, Circle Investment en Hermes onrechtmatig hebben gehandeld jegens de beleggers sub 1 tot en met 5 en 12;
4.3.
veroordeelt Ortelius, Circle Investment en Hermes hoofdelijk tot betaling van schadevergoeding van de beleggers 1 tot en met 5 en 8 tot en met 12, op te maken bij staat;
4.4.
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor het overige;
4.5.
veroordeelt Ortelius, Circle Investment en Hermes hoofdelijk in de kosten van het geding in beide instanties, tot op heden aan de zijde van de beleggers sub 1 tot en met 5 en 8 tot en met 12 tezamen vastgesteld op € 12.714,32 (€ 5.002,32 aan verschotten en € 7.712 aan salaris advocaat) voor de eerste aanleg, € 26.871,14 (€ 5.757,14 aan verschotten en
€ 21.114 aan salaris advocaat) voor het hoger beroep, en het nasalaris op € 178 te vermeerderen met € 92 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;
4.6.
veroordeelt de beleggers sub 1 tot en met 5 en 8 tot en met 12 hoofdelijk in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de bestuurders vastgesteld op nihil;
4.7.
veroordeelt [appellant 6] en [appellant 7] hoofdelijk in de proceskosten van Travis c.s. in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Travis c.s. vastgesteld op € 16.233 (€ 5.517 aan verschotten en € 10.716 aan salaris advocaat), te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest aan de kostenveroordeling is voldaan;
4.8.
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
4.9.
wijst af het meer of anders gevorderde of verzochte.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.W.M. Tromp, L. Alwin en Y. Steeg-Tijms en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2024.
Uitspraak 13‑09‑2022
Inhoudsindicatie
Beleggingen in beleggingsfondsen, die bestonden uit onderliggende hedgefondsen. Hebben de beheerder, de bewaarder en/of de administrateur de beleggers misleid? Zijn zij te lang doorgegaan met de inkoop van participaties in de beleggingsfondsen?
Partij(en)
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.285.618/01
zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/665286 / HA ZA 19-441
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 13 september 2022
inzake
1. [appellant 1] ,
wonende te [woonplaats] , Zwitserland,
2. [appellant 2],
wonende te [woonplaats] , Zwitserland,
3. de erven van [overledene 1] , genaamd [appellant 3a] en [appellant 3b],
wonende te [woonplaats] respectievelijk [woonplaats] ,
4. [appellant 4],
wonende te [woonplaats] ,
5. STICHTING BEWAARDER TITANS FUND,
kantoorhoudende te Amsterdam,
6. [appellant 6],
wonende te [woonplaats] , Zuid Afrika,
7. [appellant 7],
wonende te [woonplaats] , Zweden,
8. de erven van [overledene 2] , genaamd [appellant 8a] , [appellant 8b] , [appellant 8c] en [appellant 8d],
wonende te [woonplaats] , [woonplaats] , [woonplaats] respectievelijk [woonplaats] ,
9. [appellant 9],
wonende te [woonplaats] ,
10. [appellant 10],
wonende te [woonplaats] ,
11. COSMIC GROUP B.V.,
kantoorhoudende te Sliedrecht,
12. RADIOLOGIEPRAKTIJK [naam] B.V.,
kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
appellanten,
advocaat mr. J. van Bekkum te Amsterdam,
tegen
1. ORTELIUS WEALTH MANAGEMENT B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. OWELCO B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. [geïntimeerde 3],
wonende te [woonplaats] ,
4. WISART INVESTMENTS B.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
5. [geïntimeerde 5],
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden 1 tot en met 5,
advocaat mr. J. Hagers te Amsterdam,
6. STICHTING BEWAARBEDIJF HERMES,
gevestigd te Amersfoort,
7. [geïntimeerde 7],
wonende te [woonplaats] ,
8. [geïntimeerde 8],
wonende te [woonplaats] ,
9. CIRCLE INVESTMENT SUPPORT SERVICES B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
10. CIRCLE HOLDING NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerden 6 tot en met 10,
advocaat mr. J.H. Tonino te Amsterdam,
11. STICHTING BEWAARBEDRIJF TRAVIS,
gevestigd te Amsterdam,
12. de rechtspersoon naar buitenlands recht
VISTRA (LUXEMBOURG) S.À.R.L.,
gevestigd te Luxemburg, Luxemburg,
geïntimeerden 11 en 12,
advocaat mr. B.T. Craemer te Amsterdam.
Partijen zullen hierna als volgt worden genoemd.
- appellanten afzonderlijk bij (achter)naam en gezamenlijk de beleggers;
- geïntimeerden 1 tot en met 5 afzonderlijk bij (achter)naam en gezamenlijk Ortelius c.s.;
- geïntimeerden 6 tot en met 10 afzonderlijk bij (achter)naam en gezamenlijk
Circle Investment c.s.;
- geïntimeerden 11 en 12 afzonderlijk bij naam en gezamenlijk Travis c.s.
1. De zaak in het kort
De beleggers hebben belegd in diverse beleggingsfondsen, die bestonden uit onderliggende hedgefondsen. Zij hebben in die fondsen belegd in cash en/of in kind door het inbrengen van reeds gedane investeringen in een of meerdere onderliggende hedgefondsen. Daarbij traden Ortelius c.s., Circle Investment c.s. en Travis c.s. op als beheerder, bewaarder respectievelijk administrateur van die beleggingsfondsen. De beleggers verwijten hen dat zij zijn misleid bij het beleggen in cash en dat Ortelius c.s., Circle Investment c.s. en Travis c.s. te lang zijn doorgegaan met het inkopen van participaties in de beleggingsfondsen. Hierdoor hebben de beleggers schade geleden, waarvan zij vergoeding vorderen. De rechtbank heeft de vorderingen van de beleggers afgewezen.
2. Het geding in hoger beroep
De beleggers zijn bij dagvaardingen van 28 oktober 2020 in hoger beroep gekomen van het tussenvonnis van 11 december 2019 en het eindvonnis van 29 juli 2020 van de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen de beleggers als eisers en Ortelius c.s., Circle Investment c.s. en Travis c.s. als gedaagden.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, tevens houdende wijziging van eis en verzoek ex art. 162 Rv, met producties;
- memorie van antwoord en verzoek ex 85/21 Rv van Ortelius c.s., met producties;
- memorie van antwoord van Circle Investment c.s., met een productie;
- memorie van antwoord van Travis c.s.;
- akte uitlating producties van de beleggers;
- antwoordakte van Ortelius c.s.;
- antwoordakte van Circle Investement c.s.;
- antwoordakte van Travis c.s.
Partijen hebben de zaak ter zitting van 10 juni 2022 doen bepleiten, de beleggers door mr. Van Bekkum, Ortelius c.s. door mr. Hagers, Circle Investment c.s. door mr. Tonino en Travis c.s. door mr. S.V. Stephenson, advocaat te Amsterdam. Alle advocaten hebben aan de hand van overgelegde pleitnotities gepleit.
Ten slotte is arrest gevraagd.
De beleggers hebben geconcludeerd dat het hof de bestreden vonnissen zal vernietigen en − uitvoerbaar bij voorraad − na wijziging van eis, kort samengevat,
i. i) zal verklaren voor recht:
a. dat Ortelius, Hermes en Circle Investment onrechtmatig hebben gehandeld jegens appellanten 1 tot en met 5 en 12 en zijn tekortgeschoten in de nakoming van hun verplichtingen jegens appellanten 1, 5 en 8 tot en met 11;
b. dat geïntimeerden 2 tot en met 5, 7, 8 en 10 als (indirect) bestuurders van Ortelius, Hermes en Circle Investment onrechtmatig hebben gehandeld jegens appellanten 1 tot en met 5 en 8 tot en met 12;
c. dat Ortelius, Travis en Vistra onrechtmatig hebben gehandeld jegens appellanten 6 en 7;
d. dat geïntimeerden 2 tot en met 5 als (indirect) bestuurders van Ortelius onrechtmatig hebben gehandeld jegens appellanten 6 en 7;
(ii) Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. hoofdelijk zal veroordelen tot betaling aan
a. [appellant 1] € 91.780,
b. [appellant 2] € 150.000,
c. de erven [overledene 1] € 55.000,
d. [appellant 4] € 65.000,
e. Titans Fund € 500.000,
f. Bonnerjee € 11.000,
althans tot betaling van in goede justitie te bepalen bedragen,
te vermeerderen met wettelijke rente vanaf in goede justitie te bepalen data;
(iii) Ortelius c.s. en Travis c.s hoofdelijk zal veroordelen tot betaling aan
a. [appellant 6] € 155.000,
b. [appellant 7] € 50.000,
althans tot betaling van in goede justitie te bepalen bedragen,
te vermeerderen met wettelijke rente vanaf in goede justitie te bepalen data;
(iv) Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. hoofdelijk zal veroordelen tot betaling aan
a. [appellant 1] € 63.708,70,
b. Titans Fund € 357.285,28,
c. de erven [overledene 2] € 105.033,26,
d. [appellant 9] € 514.942,93,
e. [appellant 10] € 878.496,56,
f. Cosmic Group € 14.365,19,
althans tot betaling van in goede justitie te bepalen bedragen, al dan niet vast te stellen in een schadestaatprocedure,
te vermeerderen met wettelijke rente vanaf in goede justitie te bepalen data,
en met beslissing over de proceskosten, met nakosten en rente.
Voorts hebben de beleggers een verzoek op grond van art. 162 Rv gedaan tot oplegging van de boeken van Ortelius, Travis en Vistra ten aanzien van de Sinano Fondsen.
Ortelius c.s., Circle Investment c.s. en Travis c.s. hebben geconcludeerd tot bekrachtiging, met
− uitvoerbaar bij voorraad − beslissing over de proceskosten, wat Ortelius c.s. en Travis c.s. betreft met rente.
De beleggers en Travis c.s. hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.
2. Feiten
De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1. tot en met 2.15 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Voor zover deze feiten in hoger beroep niet in geschil zijn, dienen deze ook het hof als uitgangspunt. In grief 1 worden de door de rechtbank vastgestelde feiten deels betwist. Het hof zal bij de vaststelling van de feiten rekening houden met grief 1, indien de betwisting terecht is en bovendien van belang voor de beoordeling van het geschil.
Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die in hoger beroep zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.
Ortelius – beheerder van beleggingsfondsen
3.1.
Ortelius – voorheen genoemd Sares Invest B.V. – is een landelijk werkende beleggingsonderneming die zich in de periode tot aan 2008 met een adviesmandaat richtte op zeer vermogende families. Voor deze families werden individuele beleggingsportefeuilles samengesteld. Onderdeel van deze portefeuilles waren diverse hedgefondsen waarin de klanten van Ortelius, waaronder ook enkele eisers in deze procedure, rechtstreeks investeerden.
3.2.
Ortelius heeft in september en oktober 2008 een fund of funds-structuur opgezet. Daarbij zijn beleggingsfondsen opgezet die als doel hadden deel te nemen in verschillende hedgefondsen en beleggingsproducten, zodat de beleggers in het nieuwe beleggingsfonds indirect participeerden in verschillende hedgefondsen (hierna ook: de onderliggende hedgefondsen) en beleggingsproducten. Ortelius heeft in eerste instantie een drietal beleggingsfondsen opgericht met verschillende combinaties van onderliggende hedgefondsen met elk een eigen risicoprofiel: het Sinano Low Volatility Fund, het Sinano Medium Volatility Fund en het Sinano Market Neutral Fund (hierna: Sinano Low Fund, Sinano Medium Fund en Sinano Neutral Fund, en tezamen de Primaire Sinano Fondsen).
3.3.
Voor elk van de Primaire Sinano Fondsen is een, grotendeels gelijkluidend, informatiememorandum (hierna: het informatiememorandum) opgesteld met datum
3 november 2008, dan wel – voor het Sinano Neutral Fund – 3 december 2008, waarvan de inhoud, voor zover relevant, luidt:
“1. Belangrijke informatie
Het Informatie Memorandum heeft als doel u te informeren over het op 1 september
[Sinano Neutral Fund: 1 oktober, hof] 2008 opgerichte Sinano [Low/Medium/Neutral] Fund (het Fonds).
(…)
Beleggers in Participaties worden er op gewezen dat aan een belegging financiële risico's zijn verbonden. (…) De mogelijkheid bestaat dat uw belegging in waarde stijgt; het is echter ook mogelijk dat uw belegging weinig tot geen inkomsten zal genereren en dat uw deelname bij een ongunstig koersverloop geheel of ten dele verloren gaat. Ten aanzien van alle in het Informatie Memorandum opgenomen verwijzingen naar (verwachte) rendementen geldt dat de waarde van de Participaties kan fluctueren en dat in het verleden behaalde resultaten geen garantie bieden voor de toekomst.
(…)
3. Definities
(…)
Bewaarder: De Bewaarder van het Fonds, thans (…) Hermes. De Bewaarder treedt op in het belang van de Participanten en heeft het ‘juridische eigendom van het Fondsvermogen ten titel van Beheer. De Beheerder bepaalt binnen de grenzen van het Reglement van Beheer en Bewaring het beleggingsbeleid.
Beheerder: De Beheerder is Saris Invest B.V. (…) De beheerder voert het beheer over het Fondsvermogen, rekening houdend met de doelstelling van het Fonds.
(…)
Fund of funds: Een fund of funds is een beleggingsfonds dat in verschillende andere beleggingsfondsen belegt om het risico beter te spreiden en gebruik te maken van de specialistische kennis van de verschillende fondsbeheerders;
(…)
Hedge fund: Een fonds dat naast de traditionele manier van beleggen, ook kan beleggen door bijvoorbeeld “short” te gaan. Tevens mogen deze fondsen meer dan 100% van het vermogen beleggen. Door gebruik te maken van deze technieken kan het koersrisico worden beperkt. Hedge Funds kunnen onafhankelijk van de markt bewegen en zowel in opgaande als neergaande markten positieve resultaten behalen. Bij traditionele beleggingsfondsen is dit doorgaans niet het geval, die kunnen over het algemeen alleen profiteren van koersstijgingen.
(…)
Intrinsieke waarde: De maandelijks gepubliceerde koers, dan wel de per (half)jaar definitief vastgestelde vermogenswaarde [hierna ook aangeduid als NAV, Net Asset Value].
Lock-up: Sommige fondsen hanteren een zogenaamde Lock-up, wat wil zeggen dat participaties in een dergelijk fonds gedurende een vooraf bepaalde periode niet verkocht kunnen worden.
(…)
Participatie: Participatie op naam in het Fonds zonder nominale waarde, zijnde het evenredig deel waarin het Fondsvermogen is verdeeld;
(…)
Short gaan: Het verkopen van stukken (aandelen of obligaties) die niet in bezit zijn;
(…)
Transactiedag: Eerste werkdag van de maand waarop alle inkooporders worden verwerkt, de eerste Werkdag van het kwartaal waarop alle verkooporders worden verwerkt en tevens de dag waarop de Intrinsieke waarde (NAV) van het Fonds wordt vastgesteld;
(…)
4. Profiel
Het Fonds is op 1 september 2008 [Sinano Neutral Fund: 1 oktober 2008] opgericht. Het Fonds is een zogenaamd ‘Fund of Hedge Funds’[Sinano Neutral Fund: ’FeederFund in Market Neutral Hedge Funds’], dat in een portefeuille van hedgefondsen belegt, waarvan de samenstelling door de Beheerder wordt bepaald. (…)
De Beheerder
De Beheerder voert beheer over het Fondsvermogen. Het beheer omvat onder meer het beleggingsbeleid. De Beheerder beslist aan de hand van het beleid de aan- en verkoop van beleggingen. (…)
Verkoop van Participaties
Participanten mogen elk kwartaal (…) hun Participaties in het Fonds verkopen. Er gelden voor de verkoop de volgende voorwaarden:
(…)
• Participanten dienen voor de verkoop een schriftelijke opdracht aan de Administrateur te geven minimaal 180 kalenderdagen voor de Transactiedag (…)
• De verkoop van Participaties door de Participant mag door de Beheerder worden opgeschort in geval van bijzondere omstandigheden zoals ernstige verstoringen van de financiële markten of de (tijdelijke) onmogelijkheid om het Fonds juist te waarderen.
(…)
Reglement van Beheer en Bewaring
Naast hetgeen in dit Informatie Memorandum is opgenomen, worden de onderlinge verhoudingen tussen de Participanten en het Fonds geregeld in het Reglement van Beheer en Bewaring, die als onderdeel van dit Informatie Memorandum zijn opgenomen (Bijlage 1).
5. Reglement van Beheer en Bewaring (samenvatting)
(…)
Een besluit tot liquidatie van het Fonds kan uitsluitend genomen worden door de Beheerder. (…)
10. Beleggingsbeleid
(…)
Beperkingen
[Sinano Low Fund en Sinano Medium Fund:]
Het aantal hedgefondsen waarin wordt belegd is afhankelijk van de kansen die er zijn en van het optimale niveau van diversificatie, maar de portefeuille bevat normaliter tussen de acht [Sinano Medium Fund: tien] en vijfentwintig hedgefondsen (…) Geen enkel hedgefonds zal meer dan 20% [Sinano Medium Fund: 15%] (op het moment van investeren) van het totale Fondsvermogen uitmaken. Een aantal fondsen kent een 'Lock up', die kan variëren van een maand tot een jaar [Sinano Medium Fund: een tot twee jaar]. Er mag voor maximaal 20% [Sinano Medium Fund: 30%] (op het moment van investeren) geïnvesteerd worden in illiquide posities met een Lock-up van een of meerdere jaren. De investering van het fonds in elk willekeurig hedgefonds zal nooit meer bedragen van 25% van het totale kapitaal van dat hedgefonds.
[Sinano Neutral Fund:]
Het aantal hedgefondsen waarin wordt belegd is afhankelijk van de kansen die er zijn en van het optimale niveau van diversificatie, maar de portefeuille bevat normaliter tussen de acht en vijfentwintig Market Neutral hedgefondsen en beleggingsproducten. Een aantal fondsen kent een 'Lock up', die kan variëren van een maand tot een jaar. Er mag voor maximaal 20% (op het moment van investeren) geïnvesteerd worden in illiquide posities met een Lock-up van een of meerdere jaren.
(…)
12. Risicoprofiel
De waarde van uw beleggingen kan fluctueren. In het verleden behaalde rendementen bieden geen garantie voor de toekomst.
Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de specifieke risico's waar Participanten in het Fonds mee te maken kunnen krijgen. Daarbij is rekening gehouden met de kans dat een dergelijk risico zich voordoet en de mogelijke consequenties daarvan.
Algemeen
Beleggingen in het Fonds zijn speculatief en herbergen aanzienlijke risico's. (…) Een absoluut risico bestaat uit de mogelijkheid dat enkele grote hedgefondsen kunnen omvallen. Dit zou een kettingreactie teweeg kunnen brengen die andere (gezonde) hedgefondsen ook tijdelijk kan schaden. De hedgefondsen die failliet gaan hoeven niet per se in portefeuille te zitten om toch deze tijdelijke schade te kunnen veroorzaken. Beleggers wordt aangeraden enkel in het Fonds te beleggen als hij of zij tegen het verlies dat voortvloeit uit dergelijke schokken financieel en psychisch is opgewassen. Er bestaat geen garantie dat het Fonds de beleggingsdoelstellingen haalt. Het Fonds sluit de verwachting niet uit dat bepaalde beleggingen door hedgefondsen ongunstig verlopen. Hedgefondsen kunnen gebruik maken van hoogst speculatieve beleggings-methoden en -instrumenten, waaronder een Hefboom en geconcentreerde portefeuilles.
(…)
Het rendement, maar ook het risico, is voor rekening van de individuele Participant. Beheerder en/of Bewaarder zijn niet aansprakelijk voor behaalde verliezen van één of meer Participanten.
Gebrek aan liquiditeit van het Fonds
De inkoop van Participaties door het Fonds mag door de Beheerder worden opgeschort in geval van bijzondere omstandigheden zoals ernstige verstoringen van de financiële markten of de (tijdelijke) onmogelijkheid om het Fonds juist te waarderen. (…)
14. In- en verkoop van Participaties door het Fonds
(…)
Verkoop van Participaties door de Participant
(…)
Vaststelling en publicatie van de Intrinsieke waarde (NAV)
Per Transactiedag, zal de Administrateur de Intrinsieke waarde (NAV) vaststellen. De Intrinsieke waarde (NAV) wordt gepubliceerd op de website van de Beheerder binnen 45 kalenderdagen na de Transactiedag. De Intrinsieke waarde zal worden vastgesteld op het moment dat de onderliggende fondsen die samen verantwoordelijk zijn voor minimaal 80% van het Fondsvermogen, hun definitieve Intrinsieke waarde (NAV) bekend hebben gemaakt. Dus een vastgestelde Intrinsieke waarde (NAV) kan dus voor maximaal 20% van het Fondsvermogen bestaan uit geschatte individuele Intrinsieke waarden (NAV) van de onderliggende fondsen.
(…)
Uitstel van transacties
Situaties waarin transacties mogen worden uitgesteld
De Beheerder mag een uitstel van waardebepaling afkondigen en de in- en verkoop van Participaties in het geheel of voor een bepaald deel gedurende een periode opschorten.
De situaties waarin de Beheerder hier toe kan overgaan:
( i) Indien de sluiting of stillegging van de handel op enige effectenbeurs of over-the-counter markt om enige reden, omstandigheden bestaan als gevolg waarvan, naar mening van de Beheerder of de Administrateur, het redelijkerwijs niet uitvoerbaar is voor het Fonds om de beleggingen te verkopen of om correct de Intrinsieke waarde (NAV) te bepalen; of
( ii) Een storing ontstaat in enige bron normaal gebruikt door de Administrateur bij het bepalen van de waarde van beleggingen of enige andere reden of omstandigheden waarin naar mening van de Beheerder of de Administrateur de waarde van de beleggingen of andere activa redelijkerwijs niet kan worden vastgesteld.
Duur van het opschorten van transacties
(…) de opschorting zal eindigen in elk geval op de eerste Transactiedag waarop:
- -
i) de oorzaak van de opschorting niet langer bestaat; en
- -
ii) geen andere omstandigheden bestaan waaronder opschorting is toegestaan volgens het Informatie Memorandum.
(…)
Bijlage 1: REGLEMENT VAN BEHEER EN BEWARING (…)
Artikel 1 Beleggingsbeleid en -restricties
(…)
Voorop staat steeds dat de Beheerder zich optimaal zal inspannen om de doelstelling te realiseren, zonder echter enige garantie te kunnen geven of aansprakelijkheid te kunnen aanvaarden voor het resultaat van zijn inspanningen.
(…)”
3.4.
De Primaire Sinano Fondsen bevatten onder meer beleggingen in de fondsen Anchor C, Futures One en Galaxy, die gemanaged werden door BC Capital Group SA/Private International Wealth Management (hierna: PIWM). Wegens problemen bij de genoemde fondsen (hierna: de PIWM Fondsen) met hun bank zijn ze ingewisseld tegen vier managed accounts door de broker Alliance Investment Management met daarin negentien externe hedgefondsen en enkele trading-programma’s van PIWM (hierna: de PIWM Accounts).
3.5.
Op 1 februari 2011 hebben Ortelius c.s. een beleggingsfonds opgericht onder de naam Sinano Alpha Fund. In het kader van de liquidatie van de Primaire Sinano Fondsen (waarover 3.13 en 3.15) zijn de PIWM Accounts met instemming van de participanten in de Primaire Sinano Fondsen ingebracht in het Sinano Alpha Fund tegen uitgifte van participaties in het Sinano Alpha Fund aan die participanten. Voor het Sinano Alpha Fund is ook een informatiememorandum opgesteld met als datum
29 november 2010. Dit informatiememorandum is gelijk van opzet als de informatie-memoranda voor de Primaire Sinano Fondsen; het bevat op onderdelen een (deels) andere tekst.
(De Primaire Sinano Fondsen en het Sinano Alpha Fonds worden hierna tezamen de Sinano Fondsen genoemd.)
3.6.
Ortellius is als beheerder van de Sinano Fondsen opgetreden. Owelco en Wisart zijn aandeelhouders en bestuurders van Ortelius. Owel is enig aandeelhouder en bestuurder van Owelco; [geïntimeerde 5] is enig aandeelhouder en bestuurder van Wisart.
Hermes en Circle Investment – oud-bewaarder en oud-administrateur van de Primaire Sinano Fondsen
3.7.
Vanaf de oprichting van de Primaire Sinano Fondsen tot 1 oktober 2010 was Hermes bewaarder en Circle Investment administrateur van genoemde fondsen. [geïntimeerde 7] en [geïntimeerde 8] zijn beiden bestuurders van Hermes en van Circle Investment. Daarnaast is Circle Holding bestuurder van Circle Investment. Hermes hield als bewaarder het juridisch eigendom van het vermogen van de Primaire Sinano Fondsen. Circle Investment vervulde de rol van administrateur.
Travis en Vistra – nieuwe bewaarder en nieuwe administrateur van de Primaire Sinano Fondsen en het Sinano Alpha Fund
3.8.
Vanaf 1 oktober 2010 is Travis opvolgend bewaarder en Vistra opvolgend administrateur van de Primaire Sinano Fondsen. Vanaf 1 februari 2011 hebben Travis en Vistra deze rollen ook vervuld bij het Sinano Alpha Fund.
Beleggers in de Sinano Fondsen
3.9.
Appellanten zijn beleggers die hebben geparticipeerd in een of meer van de Sinano Fondsen.
3.10.
Ten aanzien van de Primaire Sinano Fondsen deden zij dat als volgt:
a. a) de erven [overledene 2] , [appellant 9] , [appellant 10] en Cosmic Group investeerden alleen in kind, wat wil zeggen dat zij voorafgaand aan hun participatie reeds geïnvesteerd hadden in een onderliggend fonds en deze investering in natura inbrachten in een van de Sinano Fondsen en daarmee participant werden in dat Sinano fonds. Zij investeerden dus niet door overmaking van een geldbedrag.
b) [appellant 2] , de erven [overledene 1] , [appellant 4] en Bonnerjee investeerden in cash, wat wil zeggen dat zij door overmaking van een geldbedrag participant werden in het betreffende Sinano fonds.
c) [appellant 1] en Titans Fund investeerden zowel in kind als in cash.
3.11.
[appellant 6] en [appellant 7] , laatstgenoemde al dan niet indirect, hebben op
20 december 2010 respectievelijk 17 juni 2011 in cash in het Sinano Alpha Fund geparticipeerd.
3.12.
[appellant 10] en Cosmic Group hebben na een daartoe strekkend verzoek aan Ortelius een gedeelte van hun participatie in de Primaire Sinano Fondsen verkocht en hebben daarvoor een uitkering ontvangen.
Sluiting van de Sinano fondsen
3.13.
Op 8 oktober 2010 zijn de Primaire Sinano Fondsen gesloten, wat wil zeggen dat er geen in- en uitstap meer mogelijk was.
3.14.
Op 20 september 2012 is het Sinano Alpha Fund gesloten.
3.15.
Na de sluiting van de Sinano Fondsen is Ortelius overgegaan tot liquidatie.
4. Beoordeling
4.1.
De rechtbank heeft alle vorderingen van de beleggers, die nagenoeg gelijkluidend waren aan de vorderingen zoals weergegeven onder 2 sub ii, iii en iv, afgewezen. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komen zij met achttien grieven op.
4.2.
De beleggers betogen met grief 12 dat de vorderingen van [appellant 6] en [appellant 7] alsnog moeten worden toegewezen. Zij hebben belegd in het Sinano Alpha Fund. Zij stellen dat zij zijn misleid over de stand van zaken in dat fonds en niet zouden zijn ingestapt als zij daarover behoorlijk waren geïnformeerd . Zij voeren het volgende aan. In dat fonds werd enkel belegd in het fonds van PIWM, welk fonds leeg was want gevuld met financiële rommel van de fondsen Anchor C, Futures One en Galaxy. Dit is niet aan hen verteld op het moment dat zij in cash investeerden in het Sinano Alpha Fund. In het Informatiememorandum van dit fonds wordt volgens hen ook met geen woord gerept over de ontstaansgeschiedenis van het Sinano Alpha Fund en de daaraan ten grondslag liggende problemen bij PIWM en de fondsen Anchor C, Futures One en Galaxy.
Het hof overweegt als volgt. Accountant PKF Certifica SA te Lugano, Zwitserland, (hierna: PKF) heeft onderzoek gedaan naar de posities van de Primaire Sinano Fondsen bij PIWM. Voor elk van de drie Primaire Sinano Fondsen heeft PKF in Independent Financial and Asset Verification Reports van 17 december 2010 (twee rapporten betreffende Sinano Neutral Fund) en van 16 maart 2011(betreffende Sinano Low Fund en Sinano Medium Fund) geconcludeerd: we have obtained evidence sufficient and appropriate to provide a basis for our opinion of the existence of the assets at a fair value at least equal to those reported on PIWM’s (…)“Portfolio Holdings Reports” for the quarter ended December 31, 2009. De beleggers weerspreken deze rapporten niet. Zij voeren ook geen (voldoende) feiten en omstandigheden aan op grond waarvan Ortelius c.s en Travis c.s. niet mochten afgaan op deze rapporten. De beleggers betwisten ook niet dat PIWM in 2012 in vrijwillige liquidatie is gegaan en dat de US Receiver, in samenwerking met de SEC en de CFTC, pas in 2014 na uitgebreid onderzoek tot de conclusie is gekomen dat er bij PIWM is gefraudeerd en dat rapportages, statements en NAV’s achteraf niet bleken te kloppen, zoals Ortelius c.s. en Travic c.s. stellen. Uit een en ander volgt dat onvoldoende is toegelicht dat Ortelius c.s. en Travis c.s. wisten of behoorden te weten of ernstige vermoedens moesten hebben van de fraude bij PIWM ten tijde van de inleg door [appellant 6] en [appellant 7] in 2010 en 2011. Grief 12 faalt daarom.
4.3.
De vorderingen van [appellant 6] en [appellant 7] − als hiervoor (in 2) vermeld onder (i)c en (iii) − zijn derhalve niet toewijsbaar. De overige vorderingen zijn gericht tegen (uitsluitend) Ortelius c.s. en Circle Investement c.s. en zijn van tweeërlei aard: - de vorderingen als vermeld onder (i)b en (iv) zijn gebaseerd op de stelling dat zij de inkoop van participaties in de Primaire Sinano Fondsen eind 2008 hadden moeten opschorten en niet hadden mogen doorgaan met het vaststellen van NAV's ten behoeve van de inkoop; - de vorderingen als vermeld onder (i)a en (ii) strekken tot teruggave van de inleg in cash in de Primaire Sinano Fondsen aan de beleggers die in cash hebben belegd en zijn gebaseerd op de stelling dat zij niet zouden zijn ingestapt als zij behoorlijk waren geïnformeerd over de werkelijke stand van zaken in deze fondsen.
Het hof gaat bij de beoordeling van deze stellingen uit van de peildatum
31 december 2008, nu dat de datum is die volgens de beleggers voor Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. – naar zij ter zitting in hoger beroep hebben bevestigd – het keerpunt had moeten zijn waarop zij de fondsen hadden moeten sluiten en in- en uitstappen dus niet meer hadden mogen toestaan en de feitelijke onderbouwing door de beleggers enkel op die datum ziet.
4.4.
De beleggers stellen dat de Primaire Sinano Fondsen reeds aan het einde van 2008, dus reeds kort na de oprichting, gesloten hadden moeten worden op grond van de volgende omstandigheden:
- voor 63,38% tot 100% werd belegd in onderliggende hedgefondsen die op slot zaten en geen officiële NAV’s meer afgaven, omdat eind september 2008 de markt ineen-stortte en wegviel en bij gebreke van prijsvorming betrouwbare waardering niet mogelijk was;
- de boekwaarde van het overgrote deel van de desbetreffende onderliggende hedgefondsen tussen 1 juli 2008 en november/december 2008 was nauwelijks gecorrigeerd voor de gevolgen van de financiële crisis;
- op 31 december 2008 was de exposure van de Primaire Sinano Fondsen ten aanzien van de problematische PIWM Fondsen (zie 3.4) 22,33% tot 100%;
- Ortelius en Circle Investment hadden op 31 december 2008 in Sinano Low en Sinano Medium uittredingsverzoeken ontvangen ter waarde van € 3,8 miljoen respectievelijk € 5,2 miljoen, zijnde 19,5% respectievelijk 36,3% van het vermogen van die fondsen, en
- de toekomst van de onderliggende hedgefondsen was eind 2008 volstrekt onzeker.
Bij deze stand van zaken zou iedere redelijk bekwame en handelende beheerder, bewaarder en administrateur de Primaire Sinano Fondsen hebben gesloten, wat echter is nagelaten.
4.5.
Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. doen een beroep op verjaring. De beleggers betwisten gemotiveerd betwist dat hun vorderingen zijn verjaard met onder meer een beroep op hun stuitingsbrief van 5 januari 2015.
Voor een geslaagd beroep op verjaring is, kort samengevat, vereist bekendheid met de schade en bekendheid met de aansprakelijke persoon. Het ligt op de weg van Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. om deze bekendheden feitelijk te onderbouwen. Daarin zijn zij niet geslaagd. Uit de genoemde stuitingsbrief moet voor hen voldoende duidelijk zijn geweest dat die zag op de vorderingen zoals thans aan de orde. Dit betekent dat zij gemotiveerd hadden moeten toelichten dat de beleggers in de periode tussen eind 2008 en 5 januari 2010 bekend waren met hun schade en de aansprakelijke persoon. Dat hebben Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. onvoldoende gedaan. Daartoe volstaan niet hun stellingen dat de kredietcrisis destijds een feit van algemene bekendheid was, dat de beleggers deskundig zijn, dat zij worden bijgestaan door (juridisch) adviseurs en dat elf jaar zijn verstreken tussen de oprichting van de Sinano Fondsen en de inleidende dagvaarding. Bedacht moet worden dat voor bekendheid met de aansprakelijke (dat is: de aansprakelijk gestelde) persoon in dit geval vereist is bekendheid van de beleggers met ieder van de feitelijke omstandigheden waarop zij de aansprakelijkheid van Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. baseren en die hiervoor in 4.4 zijn vermeld. Daaromtrent is onvoldoende gesteld.
Hiermee faalt ook het beroep op de klachtplicht dat Ortelius c.s. hebben gedaan.
4.6.
Het hof stelt ten aanzien van de beoordeling van de overige grieven het volgende voorop. De beleggers hebben tijdens hun pleidooi in hoger beroep terecht aangevoerd dat het kernverweer van Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. erop neerkomt dat alle onderliggende hedgefondsen van de Primaire Sinano Fondsen eind 2008 NAV’s hebben afgegeven en daarna ook zijn blijven afgeven, waarop Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. mochten vertrouwen. Ter zitting in hoger beroep hebben Owel en [geïntimeerde 5] verklaard dat zij geen waarderingen hebben verzonnen, dat zij zijn afgegaan op de NAV’s en dat alle NAV’s nog beschikbaar zijn.
4.7.
Het hof gaat bij de beoordeling van de resterende vorderingen van de beleggers dus uit van de datum 31 december 2008. Voorts dient als uitgangspunt dat de Primaire Sinano Fondsen per 31 december 2008 waren samengesteld uit de onderliggende hedgefondsen die per die datum voorkomen in de producties 4, 5 en 6 bij de inleidende dagvaarding.
Het hof zal hierna ingevolge art. 22 lid 1 Rv Ortelius c.s. en Circle Investment c.s. bevelen de NAV’s per 31 december 2008 die horen bij de onderliggende fondsen als vermeld in die producties door middel van een gezamenlijke akte in het geding te brengen, eventueel met een korte toelichting op die NAV’s en bij voorkeur in de volgorde als vermeld in die producties. De beleggers zullen (enkel) hierop mogen reageren bij antwoordakte.
4.8.
Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.
5. Beslissing
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 25 oktober 2022 voor akte overlegging producties als bedoeld in rov. 4.7 door Ortelius c.s. en Circle Investment c.s.;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.W.M. Tromp, J.W. Hoekzema en A.P. Wessels en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 13 september 2022.