AB 2021/294
Rechtstreekse werking art. 3 IVRK. Toetsing belang van het kind. Algemeen belang van het voorkomen en bestrijden van seksueel misbruik; functioneren vertrouwensinspecteur; vertrouwelijkheid meldingen van seksueel misbruik.
ABRvS 21-07-2021, ECLI:NL:RVS:2021:1611, m.nt. P.J. Stolk
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
21 juli 2021
- Magistraten
Mrs. J.A.W. Scholten-Hinloopen, J.J. van Eck, J. Gundelach
- Zaaknummer
201907403/1/A3
- Noot
P.J. Stolk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS294659:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Jeugdbeleid (V)
Bestuursrecht algemeen / Openbaarheid van bestuur
Onderwijsrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2021:1611, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 21‑07‑2021
- Wetingang
Essentie
Rechtstreekse werking art. 3 IVRK. Geen norm die onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is om in de nationale rechtsorde te worden toegepast. Toetsing belang van het kind. Algemeen belang van het voorkomen en bestrijden van seksueel misbruik; functioneren vertrouwensinspecteur; vertrouwelijkheid meldingen van seksueel misbruik.
Samenvatting
Zoals de Afdeling eerder heeft geoordeeld in haar uitspraak van 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:922, heeft artikel 3 van het IVRK rechtstreekse werking. Dat is in zoverre zo dat het artikel ertoe strekt dat bij alle maatregelen betreffende kinderen de belangen van het desbetreffende kind moeten worden betrokken. Wat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.