M en R 2025/12
Klimaataansprakelijkheid; rechterlijk bevel art. 3:296 BW; ongeschreven zorgvuldigheidsnorm art. 6:162 lid 2 BW; indirect horizontaal effect mensenrechten art. 2 en 8 EVRM; verhouding publiekrecht en maatschappelijke betamelijkheid; investeringen in nieuwe olie- en gasprojecten; reductieverplichting; voldoende belang art. 3:303 BW; substitutie; scheiding der machten.
Hof Den Haag 12-11-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2099, m.nt. T.R. Bleeker
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
12 november 2024
- Magistraten
Joustra, Van der Helm, Glazener
- Zaaknummer
200.302.332/01
- Noot
T.R. Bleeker
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS993488:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Milieurecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht (V)
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Milieurecht / Inrichtingen en activiteiten - vergunningen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2024:2099, Uitspraak, Hof Den Haag, 12‑11‑2024
ECLI:NL:GHDHA:2023:735, Uitspraak, Hof Den Haag, 25‑04‑2023
- Wetingang
Art. 3:296, 3:303, 6:162 lid 2 BW; art. 2, 8 EVRM
Essentie
Klimaataansprakelijkheid; rechterlijk bevel art. 3:296 BW; ongeschreven zorgvuldigheidsnorm art. 6:162 lid 2 BW; indirect horizontaal effect mensenrechten art. 2 en 8 EVRM; verhouding publiekrecht en maatschappelijke betamelijkheid; investeringen in nieuwe olie- en gasprojecten; reductieverplichting; voldoende belang art. 3:303 BW; substitutie; scheiding der machten.
Samenvatting
Milieudefensie heeft gevorderd dat Shell verplicht is haar CO2-emissies in 2030 met 45% te verminderen ten opzichte van het niveau van 2019. Milieudefensie stelt dat Shell onrechtmatig handelt als zij dat niet doet. Het hof heeft aan de hand van objectieve aanknopingspunten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.