FED 2020/25
Toerekening van de schuld die is aangegaan voor een eigen woning, aan een nieuwe woning bij een fictieve vervreemding op grond van art. 3.119aa lid 4 Wet IB 2001.
HR 15-11-2019, ECLI:NL:HR:2019:1780, m.nt. J.H.M. Arts
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 november 2019
- Magistraten
Mrs. De Groot, Overgaauw, Fierstra, Beukers-van Dooren, Cools
- Zaaknummer
18/04508
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
J.H.M. Arts
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS184917:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Eigen woning
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1780, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑11‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑06‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:713, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 27‑06‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑12‑2018
- Wetingang
Art. 3.111 lid 2 Wet IB 2001; art. 3.119a, art. 3.119aa lid 4 Wet IB 2001
Essentie
Toerekening van de schuld die is aangegaan voor een eigen woning, aan een nieuwe woning bij een fictieve vervreemding op grond van art. 3.119aa lid 4 Wet IB 2001.
Samenvatting
De belanghebbende heeft in 2008 een nieuwe woning gekocht waarnaar hij in 2009 is verhuisd. De oude woning staat sindsdien te koop. Eind 2012 is zij nog steeds niet verkocht. Hierdoor is vanaf 1 januari 2013 de verhuisregeling (art. 3.111, tweede lid, Wet IB 2001) niet langer op de oude woning van toepassing en gaat deze over naar box 3. De belanghebbende heeft de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.