Einde inhoudsopgave
Aanwijzing sepot en gebruik sepotgronden (2022A004)
2.3 Voorwaardelijk beleidssepot
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2022
- Redactionele toelichting
De datum van afkondiging is de datum van de Staatscourant.
- Bronpublicatie:
21-06-2022, Stcrt. 2022, 16129 (uitgifte: 21-06-2022, regelingnummer: 2022A004)
- Inwerkingtreding
01-07-2022
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
21-06-2022, Stcrt. 2022, 16129 (uitgifte: 21-06-2022, regelingnummer: 2022A004)
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
In beginsel wordt bij een beslissing tot sepot slechts de algemene voorwaarde gesteld dat de verdachte geen strafbare feiten begaat binnen een proeftijd van ten hoogste een jaar. Bijzondere voorwaarden worden in beginsel niet meer gesteld. Voor het buitengerechtelijk stellen van voorwaarden omtrent het gedrag dient de strafbeschikking te worden benut (aanwijzingen als bedoeld in art. 257a lid 3 Sv).3.
In zaken met jeugdige verdachten, waarin het aanbieden van een excuus aan het slachtoffer en/of een kleine schadevergoeding kan volstaan, wordt geseponeerd onder de algemene voorwaarde, met sepotcode 70 wanneer de excuses zijn gemaakt en/of de schadevergoeding is voldaan.
In gevallen waarin het aan het strafbaar feit ten grondslag liggend conflict na het maken van excuses of door verzoening, bijv. via mediation of schadevergoeding, zodanig is opgelost dat vervolging om die reden geen zin meer heeft, wordt geseponeerd onder algemene voorwaarde met sepotcode 70.4.
Voetnoten
Dit onderdeel van deze aanwijzing vormt de beleidsmatige uitwerking van het advies van de Commissie ‘Rechtstatelijke grenzen en mogelijkheden bij het afdoen van strafbare feiten door het Openbaar Ministerie’, zie bijlage 5 in het onderzoek dat ten behoeve van de commissie is verricht: J. Bijlsma, Het voorwaardelijk sepot. Normering, praktijk, evaluatie (OM-reeks nr. 4), Den Haag: Boom Juridisch 2019.