FED 2022/80
Vordering uit onrechtmatige daad tegen betekeningskosten dwangbevelen van € 91.144 na voltooiing bestuursrechtelijke rechtsgang stuit af op ‘onmiskenbaar onjuist’ criterium.
HR 13-05-2022, ECLI:NL:HR:2022:686, m.nt. mr. G.C.D. Grauss
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
13 mei 2022
- Magistraten
Mrs. Kroeze, Du Perron, Ter Heide, Van Eijsden, Schaafsma
- Zaaknummer
20/02479
- Noot
mr. G.C.D. Grauss
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS655130:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Dwanginvordering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:686, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 13‑05‑2022
ECLI:NL:PHR:2021:866, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑09‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑12‑2020
- Wetingang
Essentie
Vordering uit onrechtmatige daad tegen betekeningskosten dwangbevelen van € 91.144 na voltooiing bestuursrechtelijke rechtsgang stuit af op ‘onmiskenbaar onjuist’ criterium.
Samenvatting
Eiseressen maken deel uit van een fiscale eenheid omzetbelasting. De fiscale eenheid betaalt over de tijdvakken augustus en september 2012 de omzetbelasting die zij op aangifte had moeten voldoen niet. De inspecteur heft de verschuldigde omzetbelasting na. De fiscale eenheid betaalt de naheffingsaanslagen niet. De ontvanger stelt de afzonderlijke vennootschappen die deel uitmaken van de fiscale eenheid hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschuld. Daarop betaalt de fiscale eenheid de belasting nog steeds niet. De ontvanger vaardigt vervolgens in mei ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.