RCR 2025/31
Maatstaf uitleg en kwalificatie. Hoe dienen de overeenkomsten tussen verhuurder en de kinderen van de overleden huurster te worden gekwalificeerd?
HR 31-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:167
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
31 januari 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, K. Teuben
- Zaaknummer
23/04098
- Conclusie
A-G mr. W.L. Valk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD9147:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Huur van woonruimte
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:167, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:810, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑08‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑01‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑11‑2023
- Wetingang
Art. 7:201, 7:268, 7:900 BW
Essentie
Maatstaf uitleg en kwalificatie. Huurovereenkomst. Haviltex-maatstaf.
Hoe dienen de overeenkomsten tussen verhuurder en de kinderen van de overleden huurster te worden gekwalificeerd?
Samenvatting
Het geschil draait om de vraag of de overeenkomsten tussen Portaal en de kinderen van de overleden huurster als huurovereenkomsten moeten worden gekwalificeerd. Na het overlijden van hun moeder in augustus 2019, die de woning huurde van Portaal, blijven de kinderen in de woning wonen. Zij ondertekenen een overeenkomst met de titel ‘vaststellingsovereenkomst ex artikel 7:900 BW’ met Portaal, waarin zij erkennen geen huurders te zijn en de woning uiterlijk op 31 maart 2020 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.