Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/19.2.3:19.2.3 Time share en mede-eigedom
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/19.2.3
19.2.3 Time share en mede-eigedom
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS481184:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Arduin,1 die timesharing op soortgelijke wijze als Van Velten omschrijft, bespreekt de mogelijke toepassing van de figuur van mede-eigendom (titel 3.7).
Als bezwaar tegen deze constructie noemt zij de mogelijkheid van de deelgenoten om, in beginsel, te allen tijde verdeling te vorderen.2 De wettelijke mogelijkheid om dit uit te sluiten gedurende een periode van 5 jaar komt te weinig aan dit bezwaar tegemoet. Een andere uitzondering op de hoofdregel kan voortvloeien uit de aard van de gemeenschap. Deze kan zich, zoals wij al eerder zagen, verzetten tegen het recht van de deelgenoten om te allen tijde verdeling te vorderen. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat – in de woorden van Arduin –
‘het vooralsnog niet duidelijk is of in geval de time share gemeenschap een vordering tot verdeling toelaatbaar is.’3
Zij vervolgt met:
‘de conclusie uit de MvA ten aanzien van art. 3:178 is dan ook dat de bepalingen van titel 3.7 niet met zekerheid van toepassing kunnen worden verklaard op timesharing, en een constructie die daarop is gebaseerd veiligheidshalve vermeden dient te worden.’4
Volgens Van Velten zijn er nog twee problemen aan te duiden. (1) Overdracht onder tijdsbepaling wordt geconverteerd in een vruchtgebruik. (2) Crediteuren kunnen het gemeenschappelijke goed tegelde maken (art. 3:174).5