FED 2024/81
De Hoge Raad oordeelt dat loon uit dienstbetrekking wordt genoten ter zake van het in Nederland verrichten van arbeid als het de beloning is voor een door de werknemer aanvaarde verplichting om in Nederland arbeid te verrichten. Het maakt niet uit dat de werkzaamheden niet daadwerkelijk zijn verricht.
HR 02-09-2022, ECLI:NL:HR:2022:1126, m.nt. mr. dr. S.P.M. Kramer
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 september 2022
- Magistraten
Mrs. Koopman, Wortel, Boerlage, Cools, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
21/00833
- Noot
mr. dr. S.P.M. Kramer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS976535:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Buitenlands belastingplichtige
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1126, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑09‑2022
ECLI:NL:PHR:2021:754, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑08‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑02‑2021
- Wetingang
Art. 7.2 lid 2 aanhef en letter b Wet IB 2001
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat loon uit dienstbetrekking wordt genoten ter zake van het in Nederland verrichten van arbeid als het de beloning is voor een door de werknemer aanvaarde verplichting om in Nederland arbeid te verrichten. Het maakt niet uit dat de werkzaamheden niet daadwerkelijk zijn verricht.
Samenvatting
Belanghebbende en zijn werkgever, een Nederlandse vennootschap, zijn overeengekomen dat belanghebbende in 2015 in dienst bleef van de vennootschap en dat hij zijn normale basissalaris doorbetaald kreeg. De vennootschap deelde daarnaast mee niet langer gebruik te maken van zijn diensten. Belanghebbende is op 15 maart 2015 geëmigreerd naar Costa ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.