Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/12.2.2:12.2.2 Transactiewaarde van ingevoerde goederen bij opeenvolgende verkopen
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/12.2.2
12.2.2 Transactiewaarde van ingevoerde goederen bij opeenvolgende verkopen
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258447:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het last-sale principe wordt niet alleen in de Europese Unie toegepast, maar ook in bijvoorbeeld Australië (onderdeel 9.5.2) Canada (onderdeel 9.5.3) en Japan (onderdeel 9.5.4). Hoewel elk van voornoemde landen het last-sale principe anders toepast, hebben zij gemeen dat wordt aangesloten bij de verkoop die de goederen naar het land van invoer brengt en dat zoveel als mogelijk wordt voorkomen dat prijsopslagen tussen partijen die elk in het land van invoer zijn gevestigd in de douanewaarde worden begrepen. Zij vormen elk een bron van inspiratie voor het formuleren van een aanbeveling om het last-sale principe in het DWU-wetgevingspakket beter te laten functioneren. Het ‘purchaser in Canada’-vereiste lijkt daarbij als blauwdruk te kunnen fungeren (onderdeel 9.5.3.3). De wijze waarop Australië en Japan het last-sale principe hebben ingebed lijken namelijk minder bruikbaar. De ‘import sales transaction’ zoals toegepast in Australië wijkt af van het ‘verkoop voor uitvoer’-principe zoals we die kennen uit de CVA. Er wordt daarmee een nieuw criterium geïntroduceerd zonder basis in de CVA (zie nader onderdeel 9.7.3). Hoewel Japan net als Canada een vestigingscriterium introduceert, vindt in Japan de transactiewaarde van de ingevoerde goederen geen toepassing als er geen verkoper in Japan is gevestigd. Dat brengt met zich dat wanneer een verkoop voor uitvoer naar Japan plaatsvindt tussen twee niet in Japan gevestigde partijen, de transactiewaarde van de ingevoerde goederen geen toepassing vindt en de douanewaarde aan de hand van een alternatieve waarderingsmethode vastgesteld moet worden. Dit verhoudt zich niet met het toetsingskader waaruit volgt dat de transactiewaarde zo vaak als mogelijk de basis moet vormen om de douanewaarde te bepalen.
In onderdeel 9.7 is een voorstel voor een alternatief systeem gepresenteerd waarbij het ‘purchaser in Canada’-vereiste als blauwdruk is gebruikt. Onderdeel daarvan is het introduceren van een vestigingscriterium in het DWU-wetgevingspakket. Daarbij moet worden voorkomen dat, zoals thans het geval is (onderdelen 9.4.6.6 en 12.1.4.2), de Europese Commissie de grenzen van zijn uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt. Daarom zal het vestigingsvereiste opgenomen moeten worden in het DWU in plaats van het GDWU of UDWU. Daartoe zal naar mijn mening het onderstreepte deel aan artikel 70, lid 1, DWU toegevoegd moeten worden:
Artikel 70 DWU
De primaire basis voor de douanewaarde van goederen is de transactiewaarde, te weten: de voor de goederen werkelijk betaalde of te betalen prijs bij verkoop voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie verricht aan een koper in de Europese Unie, waar nodig aangepast.
In artikel 5 staan de definities opgenomen van termen zoals gebruikt in het DWU. Daaraan moet een nieuw lid worden toegevoegd met een definitie van het begrip ‘koper in de Europese Unie’. Deze zou als volgt kunnen luiden:
Artikel 5
“koper in de Europese Unie”: een verkoop verricht door een niet in de Europese Unie gevestigde verkoper in de zin van artikel 5, lid 31, DWU aan een koper die:
in de Europese Unie is gevestigd in de zin van artikel 5, lid 31, DWU; of
wanneer a geen toepassing vindt: de goederen gebruikt voor eigen consumptie of gebruik of exploitatie in de Europese Unie en de goederen niet bestemd heeft voor verkoop; of
wanneer a en b geen toepassing vinden: de goederen heeft aangekocht en bestemd heeft voor wederverkoop in de Europese Unie, maar de goederen nog niet heeft verkocht aan een in de Europese Unie gevestigde persoon voordat de koper de goederen zelf heeft aangekocht.
De introductie van het ‘koper in de Europese Unie’-concept waarborgt dat voor het bepalen van de douanewaarde wordt aangesloten bij de last-sale, maar voorkomt tegelijkertijd dat winsten gerelateerd aan in de Europese Unie uitgeoefende functies en risico in de douaneheffing worden betrokken. In onderdeel 9.7.4 zijn voorbeelden opgenomen waaruit volgt hoe het ‘koper in de Europese Unie’-concept uitwerkt bij verschillende fiscaal operationele structuren.