Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/III.C.5
III.C.5. Het voldoen van de schulden van de nalatenschap
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS403794:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ASSER-VAN DER PLOEG-PERRICK, Erfrecht, WE.J. Tjeenk Willink: Deventer 1996, nr.559.
Derde NvW, nr. 10, p. 7, Parl. Gesch. Inv., p. 1186. Zie in dit verband over het fenomeen 'le-gatenexecuteur', B.M.E.M. SCHOLS, Het legatum per vindicationem in de gedaante van executeur-testamentair als 'Vermachtnisvollstrecker',WPNR (2001) 6436.
W.D. KOLKMAN, Schulden der nalatenschap (diss. Groningen), Deventer: Kluwer 2006.
MvA, nr. 6, p. 101, Parl. Gesch.Vast., p. 844.
W BREEMHAAR, De uiterste wilsbeschikking (diss. Groningen), Deventer: Kluwer 1992,p. 166.
Als ik het goedzie, speelt dit bijvoorbeeld bij 'turbo-testamenten'. Zie bijvoorbeeld B.M.E.M. SCHOLS, Turbotestament: een mislukte erfrechtelijke zeeleeuwdribbel, BelgischTijdschrift Estate Planning (TEP) 2005-2, p. 87-100.
Zie over de positie van de sublegataris W.D. KOLKMAN, Schulden der nalatenschap (diss. Groningen), Deventer: Kluwer 2006, p. 336 e.v.
Derde NvW, nr. 10, p.8, Parl. Gesch. Inv., p. 1187. Zie hierover ook W.D. KOLKMAN, Schulden der nalatenschap (diss. Groningen), Deventer: Kluwer 2006, p. 73 e.v.
Naast het beheren van de nalatenschap, heeft de executeur tot taak de schulden van de nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit de goederen van de nalatenschap behoren te worden voldaan (art. 4:144 BW). Onder het oude recht was de executeur niet zonder meer bevoegd de schulden van de nalatenschap te voldoen.1 Het begrip 'schulden van de nalatenschap' speelt in het nieuwe erfrecht een belangrijke rol. Ook hier, bij de taak van de execu-teur.2 Voor een uitgebreide behandeling van dit fenomeen verwijs ik naar de recente dissertatie van Kolkman.3 De schulden van de nalatenschap zijn opgesomdin art. 4:7 BW.
Van belang is te constateren dat voor de taak van de executeur de hele lijst van schulden zoals opgenomen in art. 4:7 BW van toepassing is, derhalve het uitgebreide begrip schulden van de nalatenschap. Wel vinden we een beperking in art. 4:144 BW, waar bepaaldis dat het moet gaan om'schulden die tijdens zijn beheer uit die goederen (de goederen van de nalatenschap) behoren te worden voldaan'. Hiermee wordt bedoeld dat de executeur slechts tot taak heeft de schulden en legaten te voldoen, die bij het openvallen van de nalatenschap opeisbaar zijn of gedurende zijn beheer opeisbaar zijn geworden. Deze beperking geldt niet voor de vereffenaar op grond van de wet, aangezien deze ook tot zijn taak moet rekenen de voldoening van nietopeisbare schulden.4 Voorts komt de vraag op in hoeverre de schulden al dan niet uit het eigen vermogen van de erfgenaam voldaan dienen te worden, aangezien de eis is gesteld: voldoen uit de goederen van de nalatenschap. Breemhaar wijst in dit verbandop het geval dat een gelegateerdgoedniet tot het vermogen van erflater, maar tot het eigen vermogen van de erfgenaam behoort.5 Deze schuld is weliswaar een schuld van de nalatenschap, maar dient niet uit de goederen van de nalatenschap te worden voldaan, is zijn gedachte. Deze nuancering speelt met name een rol bij uiterste wilsbeschikkingen waarbij de erfgenamen een inbrengplicht hebben. De gedachte zou kunnen zijn dat de 'nalatenschap' in die zin uitgebreid wordt, dat de inbrengplichtige in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap het betreffende goed (de facto) onder het beheer van de executeur dient te brengen.6 De executeur neemt dan voor de belanghebbenden het sub-legaat in ontvangst.7 Op grondvan art. 4:144 BW heeft de executeur echter alleen het beheer van de goederen van de nalatenschap en daar vallen prive-goederen van erfgenamen of legatarissen in beginsel niet onder.
Schulden van de nalatenschap in de zin van art. 4:7 BW zijn onder meer de schulden van belastingen die ter zake van het openvallen van de nalatenschap worden geheven, voor zover zij op de erfgenamen komen te rusten (art. 4:7 lid1 sub e BW;.
In de parlementaire geschiedenis wordt opgemerkt dat hiervan sprake is in twee gevallen:8 in de eerste plaats worden de erfgenamen successierecht/ recht van overgang verschuldigd over hun eigen verkrijging (art. 5 SW). In de tweede plaats kunnen zij, naar evenredigheid van hun erfdeel, aansprakelijk worden gesteld voor het door en bij het overlijden van erflater door legatarissen verschuldigde recht van successie, alsmede hoofdelijk voor het recht dat door en bij het overlijden van erflater, is verschuldigd door verkrijgers die buiten Nederland wonen, en voor het recht van overgang (art. 46 Invorde-ringswet 1990). In dit verband is voor de executeur van belang dat de schuld die eventueel voortvloeit uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van art 47 Invorderingswet 1990, voor al het door en bij het overlijden van de erflater verschuldigde recht van successie, niet een schuldvan de nalatenschap is in de zin van art. 4:7 BW.