Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/8.2:8.2 Doel van het onderzoek en onderzoeksvraag
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/8.2
8.2 Doel van het onderzoek en onderzoeksvraag
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS493042:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het doel van dit onderzoek is het vormen van een waardeoordeel over de geldigheid en kwaliteit van de Europese en Nederlandse btw-wetgeving bij niet-betaling. Ik heb aan deze doelstelling gevolg gegeven door onderstaande (centrale) onderzoeksvraag te formuleren:
Hoe verhouden de Unierechtelijke en de nationaalrechtelijke btw-gevolgen van niet-betaling zich tot elkaar en tot het rechtskarakter van de btw en in hoeverre zijn de btw-gevolgen van niet-betaling voor de leverancier en voor de afnemer in evenwicht?
Aan de hand van deze onderzoeksvraag heb ik de volgende deelvragen geformuleerd:
Welke btw-gevolgen verbindt het Unierecht aan niet-betaling en hoe verhouden deze zich tot het rechtskarakter van de btw?
Welke btw-gevolgen verbindt het nationale recht aan niet-betaling en hoe verhouden deze zich tot het Unierecht en het rechtskarakter van de btw?
In hoeverre zijn de btw-gevolgen van niet-betaling voor de leverancier en voor de afnemer met elkaar in evenwicht, zowel in Unierechtelijke als nationaalrechtelijke zin, met inachtneming van het rechtskarakter van de btw?
Voor de opbouw van dit proefschrift heb ik gekozen voor een indeling die qua volgorde niet op deze deelvragen aansluit. Omwille van de overzichtelijkheid heb ik gemeend er verstandig aan te doen eerst in te gaan op de positie van de leverancier (de oninbare vorderingen) en daarna in te gaan op de positie van de afnemer (de onbetaalde schulden). Vanuit ieders perspectief heb ik de btw-gevolgen van het Unierecht en het nationale recht uiteengezet en mijn bevindingen getoetst aan het rechtskarakter van de btw en (wat betreft het nationale recht) deze ook gespiegeld aan het Unierecht. Vervolgens heb ik de regeling voor oninbare vorderingen en die voor onbetaalde schulden op hun samenhang beoordeeld. In dit hoofdstuk geef ik per deelvraag mijn bevindingen weer.