NJB 2025/1797:Ontuchtplegen met zijn minderjarig kind, stiefkind of pleegkind, zijn pupil, een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige of zijn minderjarige bediende of ondergeschikte, art. 249 lid 1 (oud) Sr: deze bepaling geeft een opsomming van minderjarigen met wie het plegen van ontucht in deze bepaling strafbaar is gesteld, waarbij telkens de hoedanigheid ten opzichte van de dader is aangeduid. Die hoedanigheid brengt telkens een min of meer grote mate van afhankelijkheid van de minderjarige ten opzichte van de dader mee, terwijl de dader aan die hoedanigheid een zeker overwicht tegenover die minderjarigen kan ontlenen. De strekking van deze strafbaarstelling is het verlenen van bescherming aan minderjarigen die als gevolg van die afhankelijkheid en dat overwicht minder weerstand aan de dader kunnen bieden dan anderen. In casu kon het hof bewezenverklaren dat het minderjarige slachtoffer was toevertrouwd aan de opleiding, zorg en waakzaamheid van de ongeveer 10 jaar oudere verdachte die gymdocent was.