Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/5.1
5.1 De invloed van veranderende maatschappelijke opvattingen
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS575531:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vanwege deze samenhang tussen maatschappelijke opvattingen en de door het vennootschaps- en effectenrecht beoogde gedragseffecten deel ik niet de zienswijze van Timmerman dat het vennootschapsrecht steeds minder politiek gekleurd raakt (zie Timmerman (2001a), p. 121 en Timmerman (1999), p. 45). Het lijkt erop dat van tijd tot tijd het vennootschapsrecht door politici '(her)ontdekt' wordt als instrument. Een voorbeeld daarvan is te vinden in de recente politieke discussies over 'topinkomens' en de mogelijkheden om door middel van vennootschapsrechtelijke voorschriften de ontwikkeling van die inkomens te beïnvloeden. Zie over de interactie tussen politiek en regelgeving op het terrein van 'corporate governance' ook Cioffi (2006).
Een duidelijk voorbeeld daarvan is de reeds omschreven gewijzigde opvatting van de Nederlandse wetgever over de doelstelling(en) van, onderdelen van, het Nederlandse vennootschapsrecht; de verschuiving van 'het tegengaan van het maken van misbruik van rechtspersonen' naar 'het stimuleren en faciliteren van ondernemersactiviteiten.' Hierover, in abstracte zin, ook de (tweede) voortgangsmededeling van de Minister van Justitie over de modernisering van het ondernemingsrecht (Kamerstukken II, 2007/2008, 29 752, nr. 5, p. 1): '[d]at betekent overigens niet dat verandering van eenmaal vastgelegde normen is uitgesloten; maatschappelijke opvattingen wijzigen ook.'
Aldus Kroeze (2005), p. 10.
Zie Timmerman (2004b), p. 7, die dit de 'gedragsrechtelijke benadering' van het vennootschapsrecht noemt. Ik heb enige aarzelingen bij het reserveren van deze benaming voor het beschrijven van de ontwikkeling dat de normadressaat van vennootschapsrechtelijke voorschriften verschuift, en zal hem om die reden in deze studie ook niet gebruiken. Een 'gedragsrechtelijke benadering' van het recht suggereert naar mijn mening een benadering waarbinnen in het recht opgenomen voorschriften gedragseffecten beogen te bereiken. Wie normadressaat is van een dergelijk voorschrift lijkt mij daarbij niet ter zake te doen: ook voorschriften die gelden voor vennootschappen als zodanig, kunnen beogen gedragseffecten te bereiken.
In deze studie is reeds opgemerkt dat het Nederlandse vennootschaps- en effectenrecht een instrumentele functie heeft en dat met die functie samenhangt dat de in deze rechtsgebieden opgenomen voorschriften als doel hebben het beïnvloeden van gedragingen van bij (beurs)vennootschappen en effectenmarkten betrokkenen. Welke gedragseffecten de in het vennootschaps- en effectenrecht opgenomen voorschriften beogen te bereiken, is echter aan veranderingen onderhevig. De te bereiken gedragseffecten zijn tijdsgebonden en afhankelijk van (veranderlijke) maatschappelijke opvattingen.1Dit hangt nauw samen met, en vloeit voort uit, de doelstellingen van (voorschriften in) het vennootschaps— en effectenrecht: ook deze kunnen van tijd tot tijd verschillen.2 Eveneens tijds-gebonden is de normadressaat van de in het vennootschaps- en effectenrecht opgenomen voorschriften. Een verschuiving, en verbreding3, is daarbij zichtbaar; van voorschriften die gelden voor de vennootschap als zodanig naar voorschriften die voorschrijven hoe functionarissen zich binnen de vennootschap dienen te gedragen.4