Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/2.7.2
2.7.2 De enquêteprocedure als samenstel van verzoekschriftprocedures
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS363602:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2:350 lid 2 BW biedt zelf de mogelijkheid tot het voeren van een dagvaardingsprocedure, die echter volgt op een afwijzing van het eerste fase verzoek. In deze procedure kan de vennootschap vergoeding vorderen van de schade die zij heeft geleden ten gevolge van een enquêteverzoek dat niet op redelijke gronden is gedaan.
Art. 2:349a lid 2 BW.
Art. 2:355 lid 1 BW.
Art. 2:357 lid 1 BW. Deze bepaling is ook van toepassing op onmiddellijke voorzieningen. Zie HR 11 juli 2014, NJ 2014/389 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2014/263 m.nt. Josephus Jitta bij JOR 2014/264 (Novero II).
HR 11 juli 2014, NJ 2014/389 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2014/263 m.nt. Josephus Jitta bij JOR 2014/264 (Novero II).
Het feit dat men pleegt te spreken van de “enquêteprocedure” is enigszins misleidend, nu eigenlijk sprake is van een samenstel van verschillende verzoekschriftprocedures.1 Zo worden de eerste en de derde fase beide ingeleid met separate verzoekschriften. Daarnaast kent het enquêterecht nog de mogelijkheid tot het doen van andere verzoeken. In het kader van het onderzoek in de tweede fase kunnen bepaalde verzoeken worden gedaan met het oog op bewijsgaring (zie art. 2:351 BW, art. 2:352 BW en art. 2:352a BW). Op grond van art. 2:354 BW kan de rechtspersoon verzoeken om de kosten van het onderzoek mogen te verhalen op de verzoekers, of op bestuurders, commissarissen of anderen die in dienst zijn van de rechtspersoon. Ook kunnen verzoeken met betrekking tot (onmiddellijke) voorzieningen worden gedaan:
het verzoek om onmiddellijke voorzieningen te treffen;2
het verzoek tot het treffen van eindvoorzieningen dat in de derde fase kan worden gedaan;3
het verzoek tot verlenging of verkorting (van de duur) van de door ondernemingskamer getroffen (onmiddellijke) voorzieningen.4 Onder verkorting kan ook beëindiging worden verstaan. Ook om wijziging of aanvulling van de getroffen voorzieningen kan worden verzocht.5
De meeste van de verzoeken, die kunnen worden gedaan in het kader van de enquêteprocedure, hebben een optioneel karakter. Slechts het verzoek tot het doen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken is een verplicht onderdeel van de enquêteprocedure. Zonder zo’n verzoek is immers geen sprake van een enquêteprocedure, terwijl de overige verzoeken slechts in het kader van een reeds aanhangige enquêteprocedure kunnen worden gedaan. Dat onderzoek vormt dan ook de kern van de enquêteprocedure (zie par. 2.2).