Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/14.5.2.1
14.5.2.1 Algemeen
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS499579:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Wortel 1992, p. 354.
Zie art. 80, lid 2, AWR.
Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en met andere bij wet vastgestelde taken (art. 124 Wet RO). Deze hoofdtaak valt globaal uiteen in de opsporing van strafbare feiten, de vervolging van die feiten en het toezicht op de uitvoering van strafvonnissen. Het OM is de enige instantie in Nederland die verdachten voor de strafrechter kan brengen.
Hierbij merk ik op dat onderzoeken pas (verder) worden uitgevoerd na afstemming in het zogenoemde tripartiete overleg (zie § 14.5.2.3 hierna). In feite is de OvJ dus steeds betrokken bij het onderzoek naar fiscale delicten.
Vakstudie Alg. Deel, aant. 2 bij art. 80 AWR.
De FIOD-ECD is een zogenoemde bijzondere opsporingsdienst (‘BOD’) die deel uitmaakt van de Belastingdienst en ressorteert onder de Minister van Financiën (zie art. 2, aanhef en onder a, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten). Voor deze studie is enkel van belang de FIOD. Op grond van art. 3, aanhef en onder a, van genoemde wet is de FIOD in de eerste plaats belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde op de beleidsterreinen waarvoor de Minister van Financiën verantwoordelijkheid draagt, waaronder de belastingheffing. Het gezag over de bijzondere opsporingsdiensten ligt bij het OM.
De andere kerntaak van de strafrechter is het waarborgen van de waarheidsvinding. Zie daarover uitgebreid Dubelaar 2009, p. 101 e.v. Schrijver wijst erop dat in commune strafzaken pas sinds begin jaren zestig van de vorige eeuw de rechterlijke controle op het politieoptreden erbij is gekomen (p. 103).
Fiscale opsporing kan worden omschreven als het (voor)onderzoek dat wordt verricht om te achterhalen of een bestaande verdenking betreffende een bij de belastingwet strafbaar gestelde gedraging, dat wil zeggen een fiscaal delict, juist is.1 De (operationele) leiding van het opsporingsonderzoek in belastingzaken berust bij de OvJ2 wanneer er sprake is van toepassing van inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis of een woning tegen de wil van de bewoner is binnengetreden.3 Deze dwangmiddelen zullen in de regel enkel bij ernstiger verdenkingen van belastingfraude worden toegepast. Ambtenaren van de Belastingdienst sporen ook zelfstandig ofwel zonder de leiding van het OM4 bepaalde fiscale delicten op. Dit betreft vooral omissiedelicten, zoals het niet inleveren van een uitgereikt aangiftebiljet en het niet verstrekken van informatie. De leiding van het opsporingsonderzoek met betrekking tot deze delicten rust bij (het teamhoofd van) de FIOD.5
Verbijzonderingen in de AWR
Vanwege de eigen behoeften van het belastingrecht, gelden enkele verbijzonderingen ten opzichte van de ‘commune’ strafvordering in Sv.6 Voor zover hier van belang komt de fiscale strafvordering in de kern erop neer dat het OM, na opsporingsonderzoek door de FIOD-ECD7 op grond van algemene en bijzondere dwangmiddelen in Sv en de AWR, de verdachte in staat van beschuldiging stelt. Wanneer de OvJ een zaak voor de strafrechter brengt, dan zal die oordelen over de gegrondheid van de beschuldiging.8
Onder omstandigheden kan het bestuur van de Belastingdienst respectievelijk het OM een strafbare overtreding van een fiscaal voorschrift zelf (buitengerechtelijk) afdoen door het opleggen van een fiscale strafbeschikking ex art. 76 AWR. Hierna zal ik de verschillende elementen uitwerken.