NJB 2020/699
Wet Bopz. De rechtbank verleent een voorlopige machtiging. Hoge Raad: De klacht dat de rechtbank gebruik heeft gemaakt van een geneeskundige verklaring die geen deel uitmaakt van het procesdossier, is gegrond
HR 06-03-2020, ECLI:NL:HR:2020:390
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
6 maart 2020
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh
- Zaaknummer
19/05159
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Bijzondere onderwerpen
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:390, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 06‑03‑2020
ECLI:NL:PHR:2019:1394, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 23‑12‑2019
- Wetingang
(art. 2 Wet Bopz)
Essentie
Wet Bopz. De rechtbank verleent een voorlopige machtiging. Hoge Raad: De klacht dat de rechtbank gebruik heeft gemaakt van een geneeskundige verklaring die geen deel uitmaakt van het procesdossier, is gegrond
Partij(en)
Betrokkene, adv. G.E.M. Later, vs. de officier van justitie, niet verschenen.
Uitspraak
Procesverloop
In dit geding heeft de rechtbank op verzoek van de officier van justitie een voorlopige machtiging verleend tot het doen voortduren van het verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis.
Hoge Raad
Onderdeel I klaagt dat de rechtbank bij het verlenen van de machtiging onder meer gebruik heeft gemaakt van een geneeskundige ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.