Belastingblad 2026/178
Vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Is vertraging in de behandeling in beroep als gevolg van de omstandigheid dat de gemachtigde onvoldoende zittingsbeschikbaarheidscapaciteit heeft, aan te merken als een bijzondere omstandigheid die verlenging van de redelijke termijn rechtvaardigt?
HR (Parket) 13-03-2026, ECLI:NL:PHR:2026:248
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
13 maart 2026
- Zaaknummer
25/02550
- Conclusie
A-G M.R.T. Pauwels
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht (V)
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Bijstand en vertegenwoordiging
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:735, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑05‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:248, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑03‑2026
Essentie
Vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Is vertraging in de behandeling in beroep als gevolg van de omstandigheid dat de gemachtigde onvoldoende zittingsbeschikbaarheidscapaciteit heeft, aan te merken als een bijzondere omstandigheid die verlenging van de redelijke termijn rechtvaardigt?
Conclusie
Conclusie
In de zaak van
[X] (belanghebbende)
tegen
het bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (het Bestuur)
en vice versa
1. Inleiding en overzicht
Onderwerp conclusie
1.1
Deze conclusie gaat over een onderdeel van wat mijn ambtgenoot Wattel treffend nevenbeslissingsbeoordelingskunde1. heeft genoemd, te weten het rechtersrechtelijke leerstuk van vergoeding van immateriële schade ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.