NJB 2020/581:Omgang. Een vader stelt hoger beroep in tegen een beschikking over omgang met zijn minderjarige kind. Hij beoogt verruiming van de omgangsregeling. De minderjarige schrijft een brief aan het hof. Het hof acht zich bevoegd de omgang in volle omvang te beoordelen en beperkt de omgangsregeling. Hoge Raad: 1. Informele rechtsgang voor minderjarigen. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de minderjarige de informele rechtsingang kon gebruiken in het door de vader ingestelde hoger beroep. 2. Reformatio in peius. Na ontvangst van de brief van de minderjarige was het hof bevoegd ambtshalve in volle omvang te beoordelen of, en zo ja, welke omgangsregeling met de vader het meest in het belang van de minderjarige is. 3. Deelbeschikking. De vader heeft zijn cassatieberoep, voor zover gericht tegen het dictum van de deelbeschikking, te laat ingesteld