AB 2024/278
Overzichtsuitspraak inbrengen nieuwe bewijsmiddelen en beroepsgronden gedurende een procedure. Omvang van geschil. Goede procesorde. Bewijstrechter. Grondentrechter. Onderdelentrechter.
ABRvS 17-07-2024, ECLI:NL:RVS:2024:2853, m.nt. R. Ortlep & H.D. Tolsma
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
17 juli 2024
- Magistraten
Mrs. P.H.A. Knol, J.C.A. de Poorter, A.B. Blomberg
- Zaaknummer
202302831/1/R3
- Noot
R. Ortlep & H.D. Tolsma
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS979578:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Hoger beroep
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2024:2853, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 17‑07‑2024
- Wetingang
Essentie
De Afdeling biedt een overzicht van rechtspraak over mogelijkheden om gedurende een procedure nieuwe bewijsmiddelen en beroepsgronden in te brengen.
Samenvatting
Mogelijkheden om bewijsmiddelen in te brengen
De hoofdregel is dat partijen gedurende een procedure nieuwe bewijsmiddelen mogen indienen. Dat geldt voor de bezwaar-, beroeps- en hogerberoepsfase. Met de term ‘nieuwe bewijsmiddelen’ wordt hier bedoeld: de bewijsmiddelen die partijen indienen in bezwaar, in beroep en in hoger beroep die zij in een eerdere procedurele fase niet naar voren hebben gebracht. De rechtspraak waarin de Afdeling oordeelde dat een appellant in beroep onder bepaalde omstandigheden geen bewijsstukken meer mocht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.