De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/16.4.2.1:16.4.2.1 Schorsing en ontslag buiten de enquêteprocedure
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/16.4.2.1
16.4.2.1 Schorsing en ontslag buiten de enquêteprocedure
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS366078:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 15 april 2005, NJ 2005/484 m.nt. Heerema van Voss, JOR 2005/144 (Verkerk/Unidek) en HR 15 april 2005, NJ 2005/483, JOR 2005/145 m.nt. Witteveen (Eggenhuizen/Unidek).
Bijvoorbeeld op grond van de tussen vennootschap en bestuurder gesloten overeenkomst, of basis van een overeenkomst op grond van art. 7:680 BW of 7:681 BW. Zie ook HR 28 oktober 2011, NJ 2012/685 (De Ronde Venen/Stedin).
Art. 2:131/241 BW.
Art. 7:405 lid 1 BW.
Art. 2:131/241 BW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een bestuurder heeft een tweeledige band met de vennootschap. Ten eerste is er de vennootschappelijke band. Die band ontstaat door de benoeming door de aandeelhoudersvergadering en de aanvaarding daarvan door de bestuurder. Deze band eindigt door een ontslagbesluit van de aandeelhoudersvergadering of doordat de tijdelijke bestuurder aftreedt. Ten tweede heeft de bestuurder ook een vermogensrechtelijke band met de vennootschap. Tussen de bestuurder en de vennootschap bestaat bijvoorbeeld een arbeidsovereenkomst of een managementovereenkomst (van opdracht) op grond waarvan de bestuurder aanspraak kan maken op een bezoldiging. Het beëindigen van de ene band brengt niet noodzakelijkerwijs het einde van de andere band mee.
In de Unidek-arresten1 liet de Hoge Raad zich uit over de rechtsgevolgen van een ontslag van een bestuurder door middel van een besluit van de aandeel-houdersvergadering. Een dergelijk besluit strekt er in beginsel toe om ook een eind te maken aan de arbeidsrechtelijke verhoudingen, tenzij sprake is van een ontslagverbod of partijen anders zijn overeengekomen. Het ligt in de rede om aan te nemen dat dit ook geldt als sprake is van een managementovereenkomst en indien de bestuurder zelf ontslag neemt.
In het kader van een ontslag kan de voormalige bestuurder recht hebben op schadevergoeding.2 Ten aanzien van dergelijke vorderingen is de sector civiel van de rechtbank bevoegd.3
De rechtsgevolgen van een schorsing door een besluit van de aandeelhoudersvergadering of een ander daartoe bevoegd orgaan kunnen de bestuurder en vennootschap zijn overeengekomen. Als daarover geen expliciete afspraken zijn gemaakt, kan worden teruggevallen op art. 7:627 BW en art. 7:628 BW als sprake is van een arbeidsovereenkomst. Kort gezegd, heeft de geschorste bestuurder geen recht op loon, tenzij hij de overeengekomen arbeid niet heeft verricht door een oorzaak die voor rekening van de werkgever behoort te komen. Indien sprake is van een overeenkomst van opdracht is bepalend of de vennootschap haar verplichting tot betaling van loon4 mag opschorten, of (gedeeltelijk) ontbinden, dus of de bestuurder te kort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen jegens de vennootschap. Het is de sector civiel van de rechtbank die bevoegd is om kennis te nemen van rechtsgedingen over de vraag of aanspraak bestaat op doorbetaling van loon gedurende de schorsing.5