NJ 1921, p. 796
Latere sommatie. Geen afstand van recht uit een vroegere sommatie voortvloeiend. Wijziging van het onderwerp van eisch.
HR 06-05-1921, ECLI:NL:HR:1921:83
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 mei 1921
- Magistraten
Voorzitter: Mr. S. Gratama. Raden: Mrs. B. C. J. Loder, J. A. A. Bosch, Jhr. R. Feith en J. Kosters.
- Zaaknummer
[06051921/NJ_1921,_p._796]
- Conclusie
Mr. Noyon
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1921:83, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑05‑1921
- Wetingang
(BW art. 1279; Rv art. 134.)
Essentie
Latere sommatie. Geen afstand van recht uit een vroegere sommatie voortvloeiend. Wijziging van het onderwerp van eisch.
Samenvatting
Afstand van het recht, gelegen in een sommatie, om de ontbinding der overeenkomst mét schadevergoeding te vorderen, mag eerst worden waargenomen, indien daarvan op ondubbelzinnige wijze blijkt, wat niet het geval is, indien een latere sommatie met een nieuwen termijn is uitgebracht.
Zulk een latere sommatie beteekent alleen, dat de schuldeischer, indien de schuldenaar alsnog binnen den gestelden termijn praesteert, niet van zijn recht uit de vroegere sommatie voortvloeiende, zal gebruik maken.
Waar het Hof feitelijk beslist, dat cacao ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.