V-N 2020/40.3
Geen eigen woning na tijdelijke terbeschikkingstelling aan uitwonende dochter
HR (Parket) 17-07-2020, ECLI:NL:PHR:2020:704, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
17 juli 2020
- Zaaknummer
19/05223
- Conclusie
A-G Niessen
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS227019:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Eigen woning
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1667, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑10‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:704, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑07‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑12‑2019
- Wetingang
art. 3.111 lid 6 Wet IB 2001
Essentie
A-G Niessen is van mening dat de dochter vanwege haar studie als uitwonende niet meer tot het huishouden van de ouders behoort. De woning valt dus in box 3.
Samenvatting
X is sinds 2011 uitgezonden naar Turkije en Italië. Zijn echtgenote is tot 2014 in de Nederlandse woning gebleven. Vanaf 2014 heeft zij zich ingeschreven in het buitenland op hetzelfde adres als X. In 2017 keert X met zijn echtgenote terug naar hun woning in Nederland. Hun sinds 2010 uitwonend studerende dochter heeft in de ouderlijke woning gewoond van 10 maart 2014 tot en met 7 mei 2014, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.