De woon- en vestigingsplaats in de BTW
Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/10.2.1.4:10.2.1.4 De vestigingsplaatsvormen woon- en gebruikelijke verblijfplaats
Archief
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/10.2.1.4
10.2.1.4 De vestigingsplaatsvormen woon- en gebruikelijke verblijfplaats
Documentgegevens:
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS396463:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij gebreke van een zetel van bedrijfsuitoefening of vaste inrichting wordt bij toepassing van de regels van de plaats van dienst toegekomen aan de woon- en gebruikelijke verblijfplaats. De vestigingsplaatsvormen woon- en gebruikelijke verblijfplaats gelden mijns inziens zowel voor belastingplichtige natuurlijke personen als belastingplichtige rechtspersonen en samenwerkingsverbanden. De woon- of gebruikelijke verblijfplaats van een rechtspersoon of samenwerkingsverband is dan bijvoorbeeld het adres waarop hij is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel of gemeente, zijn statutaire vestiging of het gebruikte correspondentieadres. De woon- en gebruikelijke verblijfplaats van een natuurlijk persoon/belastingplichtige moet eerst worden bepaald aan de hand van professionele banden. Persoonlijke banden kunnen pas in de beoordeling worden betrokken wanneer niet op basis van professionele banden kan worden bepaald waar de natuurlijk persoon/belastingplichtige zijn woon- of gebruikelijke verblijfplaats heeft.
Voor natuurlijk personen/niet-belastingplichtigen, de consumenten, is de woon- en gebruikelijke verblijfplaats het enige aanknopingspunt. De woon-of gebruikelijke verblijfplaats van de consument moet worden vastgesteld door te kijken naar persoonlijke banden. Professionele banden zijn van minder belang. Het gaat er om zijn consumptie in de heffing te betrekken en die zal voornamelijk plaatsvinden daar waar zijn persoonlijke leven zich afspeelt. Om vast te stellen waar een consument zijn woon- of gebruikelijke verblijfplaats heeft, zal kunnen worden gekeken naar de volgende omstandigheden:
De plaats waar iemand beschikt over een woning.
De plaats waar het gezin verblijft.
De plaats waar de kinderen naar school gaan.
De plaats waar de desbetreffende persoon zijn zaken regelt.
De (voorgenomen) duur van het verblijf in een ander land en de aard (hotelkamer of eigen woning) daarvan.
Het beschikken over eigendommen, zoals meubilair of auto(’s).
Het hebben van een telefoonaansluiting.
Het aanhouden van bankrekeningen.
Het hebben van een (tijdelijke) verblijfsvergunning in een ander land.
Het aantal dagen of weken feitelijk verblijf in het buitenland.
Het in- of uitschrijven bij het bevolkingsregister van consument en/of echtgenote en kinderen.
Administratieve banden met de overheid.
Het aanhouden van de huis- en tandarts- en/of ziektekostenverzekering.
Het hebben van sociale banden.
De inschrijving in het bevolkingsregister mag mijns inziens niet van doorslaggevend belang zijn. Een natuurlijk persoon kan een tweede woonplaats hebben, bijvoorbeeld een vakantiewoning, voor diensten die hij in deze tweede woonplaats afneemt of die daarmee verband houden. Een natuurlijk persoon kan ook geen woon- of gebruikelijke verblijfplaats hebben.