De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/1.1.2.3:1.1.2.3 Geen procesrechtelijke aspecten
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/1.1.2.3
1.1.2.3 Geen procesrechtelijke aspecten
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS372070:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een aanzienlijk deel van de literatuur over het enquêterecht ziet op procedurele aspecten, zoals het verloop van de enquêteprocedure, de vraag wie welke verzoeken kan doen en welk bewijsrecht er geldt. Voor het beantwoorden van de onderhavige onderzoeksvragen is het niet nodig om daarop uitvoerig in te gaan. De procedurele aspecten van het treffen van (onmiddellijke) voorzieningen zijn geen zelfstandig voorwerp van onderzoek.
Om die reden hanteert dit onderzoek als uitgangspunt dat de enquêteprocedure zonder complicaties verloopt. De procedurele aspecten van de enquêteprocedure komen verder slechts ter sprake voor zover dat nodig is voor de beantwoording van de onderzoeksvragen, of de zelfstandige leesbaarheid van dit onderzoek.
Bijzondere vermelding in dit kader verdient het bewijsrecht en art. 2:355 lid 1 BW. Art. 2:355 lid 1 BW bepaalt dat de ondernemingskamer slechts die eindvoorzieningen kan treffen die zij op grond van het onderzoeksverslag geboden acht. De vragen in hoeverre de ondernemingskamer ook andere bewijsmiddelen ten grondslag mag leggen aan haar oordeel dat bepaalde eindvoorzieningen zijn geïndiceerd, in hoeverre partijen in de gelegenheid moeten worden gesteld om dergelijk bewijs te leveren en of in de enquêteprocedure afwijkend bewijsrecht geldt, behoeven slechts beperkte bespreking. Het valt buiten het bestek van dit onderzoek om uitputtend uit te doeken te doen welk bewijsrecht geldt in de enquêteprocedure. Wel komt ter sprake in hoeverre het afwijkende bewijsrecht in de enquêteprocedure van invloed is op de (onmiddellijke) voorzieningen die de ondernemingskamer kan treffen.